Oplichting: Valse hoedanigheid? De enkele omstandigheid dat iemand zich in strijd met de waarheid voordoet als bonafide koper levert niet het aannemen van een valse hoedanigheid op.

Hoge Raad 7 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1805 Het Gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 18 december 2013 verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren ter zake van oplichting.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op 15 juni 2010 te Alkmaar, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid [betrokkene 1] heeft bewogen tot de afgifte van een motorfiets (BMW R1200 GS), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk

- naar aanleiding van een door voornoemde [betrokkene 1] op de website www.marktplaats.nl geplaatste advertentie onder een valse naam (te weten [A]) telefonisch contact gehad met voornoemde [betrokkene 1] en

- vervolgens aan voornoemde [betrokkene 1] gevraagd of hij, verdachte, een proefrit op voornoemde motorfiets kon maken waarvoor hij, verdachte, van voornoemde [betrokkene 1] toestemming kreeg en

- vervolgens als borg aan voornoemde [betrokkene 1] een autosleutel gegeven waardoor voornoemde [betrokkene 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte."

Middelen

Het eerste middel klaagt onder meer dat het bewezenverklaarde, voor zover betrekking hebbend op het aannemen van een valse hoedanigheid, niet kan volgen uit de bewijsmiddelen. Betoogd wordt dat verdachte niet, zoals is bewezenverklaard, een valse naam heeft aangenomen. Verdachte heeft enkel een voornaam opgegeven, zijnde een andere voornaam dan de zijne, hetgeen niet als een ‘valse naam’ in de zin van art. 326 Sr kan worden aangemerkt. Voorts is ’s Hofs oordeel hieromtrent volgens de steller van de middelen onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd.

Het tweede middel klaagt onder meer over de motivering van de bewezenverklaarde valse hoedanigheid en de verwerping van het dienaangaande gevoerde verweer. Betoogd wordt dat het Hof uitgaat van een onjuiste interpretatie van het begrip ‘valse hoedanigheid’ en dat de bewezenverklaarde feiten geen oplichting opleveren. Ook ’s Hofs oordeel hieromtrent is volgens de steller van de middelen onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd.

Beoordeling Hoge Raad

Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring het volgende overwogen:

"Het hof is op grond van de inhoud van de stukken van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting van oordeel dat vast staat dat de aangever zijn motor via een advertentie op Marktplaats te koop heeft aangeboden, de verdachte onder een valse naam ([A]) hierop heeft gereageerd en vervolgens door het afgeven als onderpand van een autosleutel de aangever tot afgifte van zijn motor voor een proefrit heeft bewogen, waarna de verdachte met de motor is vertrokken. Het hof is daarom, anders dan de raadsvrouw, van oordeel dat de verdachte zich, door het gebruik van een valse naam en het zich voordoen als bonafide koper, schuldig heeft gemaakt aan oplichting. Dat de aangever meer voorzorgsmaatregelen had kunnen nemen dan het aanvaarden als onderpand van de sleutel van een in het zicht staande auto doet aan die kwalificatie naar het oordeel van het hof niet af. De verweren van de raadsvrouw worden derhalve verworpen."

Vooropgesteld moet worden dat de enkele omstandigheid dat iemand zich in strijd met de waarheid voordoet als bonafide koper niet oplevert het aannemen van een valse hoedanigheid in de zin van art. 326 Sr.

Blijkens de inhoud van de bewijsvoering heeft het Hof geoordeeld dat de gedragingen van de verdachte in de onderhavige zaak meer omvatten dan het enkele zich voordoen als een bonafide koper. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is ook niet onbegrijpelijk, nu uit die gedragingen blijkt dat de verdachte zich in strijd met de waarheid heeft voorgedaan als een belangstellende die voornemens was de hem voor een proefrit ter hand gestelde motorfiets terug te brengen, waarbij de verdachte kennelijk heeft gehandeld volgens een tevoren bedachte werkwijze, welke werkwijze onder meer heeft bestaan uit het opgeven van een onjuiste naam en het achterlaten van een, zoals nadien bleek, waardeloos onderpand.

Het eerste en het tweede middel falen in zoverre.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF