Oplegging van de werkstraf is tegenstrijdig met de motivering daarvan

Hoge Raad 3 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:579

Feiten

Het Gerechtshof te Leeuwarden heeft verdachte op 15 november 2011 van het primair tenlastegelegde vrijgesproken en hem ter zake van het subsidiair tenlastegelegde medeplegen van verduistering veroordeeld tot een werkstraf van 100 uur, subsidiair 50 dagen hechtenis. Het gaat in deze zaak om honderdzestig stuks steigermaterialen/steigeronderdelen.

Het Hof heeft de oplegging van de - onvoorwaardelijke - werkstraf als volgt gemotiveerd:

“De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich in de nachtelijke uren van 7 september 2009 samen met een ander schuldig gemaakt aan verduistering in vereniging van de door hem gevonden steigermaterialen met een waarde van ongeveer 5940 euro. In plaats van deze vondst bij de politie te melden zodat zij de steigermaterialen aan de rechtmatige eigenaar kon doen toekomen, heeft hij zich deze steigermaterialen toegeëigend. Door zo te handelen heeft verdachte geen blijk gegeven van respect voor de eigendomsrechten van een ander.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 25 augustus 2011 waaruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk voor strafbare feiten is veroordeeld. In 2004 is verdachte door de kinderrechter veroordeeld ter zake van het plegen van een soortgelijk strafbaar feit.

Gelet op het voorgaande acht het hof de oplegging van een werkstraf van na te melden omvang passend en geboden, doch het hof zal een gedeelte hiervan in voorwaardelijk[e] vorm opleggen, met een proeftijd van twee jaren. Deze voorwaardelijke straf dient tevens als stok achter de deur, teneinde te voorkomen dat verdachte zich in de toekomst nogmaals schuldig maakt aan (soortgelijke) strafbare feiten.”

Middel

Het middel klaagt dat de oplegging van de werkstraf tegenstrijdig is met de motivering daarvan.

Beoordeling Hoge Raad

De Hoge Raad acht - op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.2 tot en met 3.4 - het middel terecht voorgesteld.

AG Harteveld: In het dictum heeft het Hof de oplegging van - naar begrepen moet worden - een taakstraf in de vorm van een werkstraf als volgt verwoord:

“Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, volgens de maatstaf van twee uren werkstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.”

Anders dan het Hof in de strafmotivering aankondigt, heeft het Hof niet een deel van de werkstraf voorwaardelijk opgelegd. Daarmee is de opgelegde werkstraf ontoereikend gemotiveerd. Het dictum is weliswaar beslissend, maar wel van belang is dat de daaraan ten grondslag gelegde motivering daarmee strookt. Het middel klaagt daarover terecht. Nu zich voorts bezwaarlijk laat raden welk deel van de straf het Hof voorwaardelijk had willen opleggen, dient in zoverre de zaak te worden gecasseerd en teruggewezen. Dat was anders in HR 17 maart 2009, LJN BH1569, omdat het Hof in die zaak blijkens de strafmotivering beoogd had een geheel voorwaardelijke straf op te leggen en het dictum zich daarom in zoverre voor verbeterde lezing leende.

De Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging en wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan en verwerpt het beroep voor het overige.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF