Ontvankelijkheid cassatieberoep: beperking van cassatieberoep tot de beslissingen over onderdelen van de tll

Hoge Raad 4 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:479

Feiten

Bij arrest van 19 juli 2011 heeft het Hof te Arnhem de verdachte wegens medeplegen van mensensmokkel, meermalen gepleegd en de uitvoer van 2800 gram heroïne, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van veertig maanden.

Namens de verdachte heeft mr. G.A. Jansen, advocaat te Amsterdam, beroep in cassatie ingesteld. Vervolgens heeft mr. M.J.M. van Beckhoven, advocaat te Amsterdam, namens de verdachte het ingestelde cassatieberoep bij akte van 22 juli 2013 ingetrokken met betrekking tot de feiten 2, 5, 6 en 7. Nadien heeft mr. G.A. Jansen, eveneens namens de verdachte, het cassatieberoep ingetrokken met betrekking tot feit 3 en tevens met betrekking tot de feiten 4, 8, 9 en 10 maar alleen ten aanzien van de vrijspraak van het tenlastegelegde ‘behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis’. Het cassatieberoep kan met betrekking tot de feiten 4, 8, 9 en 10 niet aldus worden beperkt nu het een vrijspraak betreft van de ‘voor de strafrechtelijke waardering van het tenlastegelegde niet relevante alternatieven’.

Namens de verdachte hebben mr. G.A. Jansen en Th.O.M. Dieben, beiden advocaat te Amsterdam, een schriftuur houdende twaalf middelen van cassatie ingediend.

Beoordeling Hoge Raad

Ingevolge art. 429 Sv kan het beroep in cassatie tegen een gedeelte van een in hoger beroep gewezen uitspraak worden ingesteld. Niet elke beperking van het cassatieberoep kan echter worden aanvaard. In geval van een samengestelde tenlastelegging kan het cassatieberoep worden beperkt tot de beslissingen over (cumulatieve, alternatieve en/of primaire) onderdelen van de tenlastelegging waarin een zelfstandig strafrechtelijk verwijt is omschreven (vgl. HR 31 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA1610, rov. 2).

De hiervoor bewezenverklaringen van de onderdelen van de tenlastelegging waartoe het cassatieberoep door de raadsman van de verdachte is beperkt, zijn niet als zodanige zelfstandige strafrechtelijke verwijten te beschouwen. De Hoge Raad verstaat voormelde akte aldus dat namens de verdachte cassatieberoep is ingesteld tegen alle beslissingen ter zake van het onder 4, 8, 9 en 10 tenlastegelegde, en dat in de akte slechts ten overvloede is opgenomen op welke gedeelten van de bestreden uitspraak de bezwaren in het bijzonder betrekking hebben. De verdachte kan worden ontvangen in het ingestelde beroep tegen de beslissingen ter zake van het tenlastegelegde onder 4, 8, 9 en 10.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF