Onjuiste belastingaangiften en het voorwaardelijk opzet van de belastingadviseur

In de jurisprudentie is de afgelopen tijd een heel aantal zaken voorbij gekomen waarin belastingadviseurs zijn veroordeeld voor het onjuist opvoeren van aftrekposten in de aangiften van anderen. Een recent voorbeeld is het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 8 maart 2017. Een 60-jarige belastingadviseur wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien maanden waarvan vijf maanden voorwaardelijk voor het meermaals doen van onjuiste aangiften. Tevens krijgt hij een beroepsverbod van drie jaar. Een fikse straf, zeker omdat het bewijs van opzet in dit vonnis ons inziens de toets der kritiek niet kan doorstaan.

Ten aanzien van het bewijs van opzet overweegt de rechtbank dat het voor de verdachte duidelijk moet zijn geweest ‘onder welke voorwaarden de Belastingdienst aftrek van persoonsgebonden kosten, dieetkosten en extra kosten voor kleding en beddengoed toestond, nu deze voorwaarden zowel op de website van de Belastingdienst als in belastingalmanakken en dergelijke te vinden zijn.’ Door echter de aftrekposten op te voeren op basis van de enkele mededeling van een klant dat hij of een familielid een ziekte onder de leden had en hij geen enkel bewijs van de gemaakte kosten heeft opgevraagd, is volgens de rechtbank sprake van voorwaardelijk opzet.

 

Lees verder:

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF