Omkoping van een politieambtenaar door deze een belofte te doen om hem te laten participeren in een hennepkwekerij

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18 december 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:9729

Verdachte heeft een politieambtenaar omgekocht door deze de belofte te doen om hem te laten participeren in een hennepkwekerij.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit OVC gesprekken dat verdachte, wetende dat medeverdachte 1 politieman is, aan medeverdachte 1 vertelt dat hij in de hennephandel zit en daarmee zijn geld verdient. Hij vertelt medeverdachte 1 over de plannen die hij nog heeft met een huidige en een nieuwe plaats/locatie, waarmee een hennepkwekerij wordt bedoeld. Medeverdachte 1 geeft op zijn beurt in gesprekken op vragen van verdachte aan welke mogelijkheden er zijn om de systemen te raadplegen en geeft ook aan wat er niet mogelijk is, te weten het wissen van dossiers of bestanden. Tevens stelt hij dat het niet slim is om een telefoon te gebruiken in verband met de traceerbare zendmastgegevens.

Vast is komen te staan dat verdachte in het OVC-gesprek van 15 juli 2011 aan medeverdachte 1 heeft aangeboden om mee te participeren in een grote henneplocatie.

Gezien de samenhang van alle gesprekken, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat verdachte dat aanbod heeft gedaan, met het oogmerk om medeverdachte 1 te bewegen in strijd met zijn plicht iets te doen of na te laten, namelijk zijn ambtsgeheim te schenden door informatie uit de politiesystemen met hem te delen. Het feit kan aldus wettig en overtuigend worden bewezen.

Het verweer van de verdediging dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat verdachte op dat moment een kwekerij had of aan het opzetten was en dat hij op dat moment niet over Mijdrecht (feit 3) kan hebben gesproken omdat het gesprek maanden vóór het ontdekken van de kwekerij in Mijdrecht plaatsvond, moet worden verworpen. Uit de OVC-gesprekken volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte zich op dat moment wel degelijk bezig hield met hennep en bovendien heeft verdachte bij de politie verklaard dat de eerste contacten metmedeverdachte 5 met betrekking tot Mijdrecht dateerden van mei 2011.

Bewezenverklaring

Feit 2: aan een ambtenaar een belofte doen met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, iets te doen of na te laten;

Feit 3: medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 10 maanden.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF