OM niet-ontvankelijk in ontnemingsvordering gelet op art. 74 AWR en de Aanwijzing ontneming, vordering strekt tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel louter behaald door bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten. Veroordeling voor deelname aan criminele organisatie doet hier niet aan af.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19 juni 2012, LJN BW8677

Het hof heeft verdachte in de hoofdzaak veroordeeld voor het opzettelijk onjuist doen van een ingevolge wettelijke bepalingen, te weten de Douanewet en het Communautair douanewetboek, vereiste aangifte, welk feit ertoe strekte dat te weinig rechten bij invoer zou worden geheven (feit 1 en 2) en deelname aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk overtreding van de artt. 48 van de Douanewet en 225 Sr (feit 3).

Het ontnemingsrapport van de Afdeling Financiële Recherche  bevat een korte beschrijving van de strafbare feiten. Deze beschrijving houdt in dat door twee ondernemingen van veroordeelde kippenvlees werd ingekocht op TIR-carnet met bestemming Bulgarije, terwijl dit kippenvlees in werkelijkheid binnen de Europese Unie werd afgezet. Het berekende wederrechtelijk verkregen voordeel bestond uit de verschuldigde (aanvullende) invoerrechten en omzetbelasting met betrekking tot 14 TIR-carnets minus de vergoeding voor het (laten) vervalsen van douanestempels. Het berekende totale wederrechtelijk verkregen voordeel, te weten: een bedrag van € 588.576,25, werd toegerekend aan de veroordeelde. 
 
Het aanvullend ontnemingsrapport van de Afdeling Financiële Recherche bevat een korte beschrijving van de strafbare feiten overeenkomstig die in het ontnemingsrapport. Het berekende wederrechtelijk verkregen voordeel bestond uit de verschuldigde (aanvullende) invoerrechten minus het (negatieve) verschil tussen de gemiddelde verkoopprijs en de gemiddelde kostprijs en minus de vergoeding voor het (laten) vervalsen van douanestempels. Het aldus berekende totale wederrechtelijk verkregen voordeel, te weten: een bedrag van € 302.898,43, werd toegerekend aan de veroordeelde. 

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat de ontnemingsvordering strekt tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel louter behaald door bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten. Derhalve heeft het hof, gelet op het bepaalde in art. 74 AWR, het openbaar ministerie alsnog niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. 

De omstandigheid dat veroordeelde is veroordeeld ter zake van deelname aan een criminele organisatie kan aan het voorgaande niet afdoen. Immers, de criminele organisatie had uitsluitend tot oogmerk het opzettelijk doen van onjuiste aangiftes met behulp van TIR-carnets teneinde de invoerrechten te ontduiken, strafbaar gesteld in art. 48 Douanewet, terwijl het valselijk opmaken van de TIR-carnets, strafbaar gesteld in art. 225 Sr, enkel diende om dat opzettelijk doen van onjuiste aangiftes mogelijk te maken. Het door deelname aan de criminele organisatie verkregen voordeel is bijgevolg door bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten verkregen voordeel.  
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF