Nederland niet mee in Europese verleggingsregeling tegen BTW-carrouselfraude

De raadsformatie Economische en Financiële zaken (Ecofin) van de EU gaat volgende week praten over het voorstel voor een tijdelijke toepassing van een algemene verleggingsregeling voor leveringen van goederen en diensten boven een bepaalde drempel. Daarmee moet BTW-carrouselfraude worden bestreden. Volgens minister Dijsselbloem (Financiën) gaat Nederland de tijdelijke regeling niet invoeren.

“Nederland is zelf niet van plan in te zetten op deze vorm van fraudebestrijding, maar is geïnteresseerd in de effecten daarvan in lidstaten die de maatregel wel willen inzetten. Daar komt bij dat Nederland op basis van de gestelde voorwaarden niet in aanmerking komt voor een algemene verleggingsregeling, tenzij één van onze buurlanden een verzoek daartoe ingewilligd krijgt.”

Het gaat om een oriënterend debat. Lidstaten die aan bepaalde voorwaarden voldoen kunnen mogelijk tijdelijk de verschuldigde BTW op binnenlandse leveringen en diensten tussen ondernemers te verleggen naar de afnemer van die prestatie. De Europese Commissie komt met voorstellen voor een definitief BTW-systeem op basis van het zogeheten bestemmingslandbeginsel.

In het voorstel wordt gesproken over factuurbedragen boven de € 10.000. “Bij de toepassing van deze algemene verleggingsregeling zal, bij business to business-leveringen en diensten, geen sprake meer zijn van een gefractioneerde betaling waarbij de lidstaten de BTW stapsgewijs innen. De BTW-afdracht en inning vindt dan in zijn geheel plaats door de laatste schakel in de keten die levert aan de (particuliere) eindconsument. Door deze verlegging naar de laatste schakel wordt BTW-carrouselfraude in de tussenliggende schakels voorkomen.”

De verleggingsregeling kan al worden toegepast in fraudegevoelige sectoren. De tijdelijke regeling zou gaan gelden tot 30 juni 2022.

 

Bron: Accountancy van morgen

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF