Nationale ombudsman: politie moet slachtoffer van mishandeling schriftelijk inlichten over sepot

Op 20 juni heeft verzoeker afgesproken met een hem bekende vrouw om die dag de door hem uitgeleende cd's bij haar thuis op te komen halen. Daar verschenen kwam er nadat verzoeker had aangebeld een man naar beneden lopen met de cd's. Er is vervolgens ruzie tussen verzoeker en deze man ontstaan, welke heeft geresulteerd in een handgemeen tussen beiden. Volgens het proces-verbaal van aangifte is verzoeker in de liftopening meerdere keren hard geduwd waardoor hij onder andere tegen de muur is gevallen. Thuisgekomen zag hij dat hij bloeduitstortingen en een wond op zijn armen had. Op 29 juni 2011 doet verzoeker bij de politie aangifte van het feit dat hij enkele dagen daarvoor is mishandeld.

Verzoeker geeft aan dat hij op 14 juli 2011 heeft gebeld hoe het stond met de voortgang van zijn zaak en dat hem toen telefonisch is medegedeeld dat zijn aangifte was geseponeerd. Verzoeker is ondanks zijn verzoeken daartoe nooit schriftelijk in kennis gesteld van het sepot.

Na interventie door de Nationale ombudsman wordt de klacht van verzoeker in behandeling genomen. De korpsbeheerder verklaart conform het advies van de klachtencommissie de klacht ongegrond.

Verzoeker klaagt er over dat zijn aangifte van mishandeling op 20 juni 2011 niet goed is afgehandeld door de politie. De aangifte is door de politie geseponeerd zonder verzoeker daarvan schriftelijk in kennis te stellen en zonder de verdachte te horen.

De klacht over de onderzochte gedraging van de beheerder van het regionale politiekorps Amsterdam-Amstelland, is gegrond wegens schending van het vereiste van goede informatieverstrekking en het vereiste van fair play.

Lees hier de volledige tekst.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF