'Moet de bestuurder die niet slaagt in zijn reddingspogingen gestraft worden?'

In dit artikel staat de vraag centraal of de (feitelijk) bestuurder/commissaris die de onderneming of haar activiteiten tracht te redden bloot moet worden gesteld aan strafrechtelijke vervolging wegens bedrieglijke bankbreuk als faillissement volgt.

De huidige stand van jurisprudentie en literatuur roepen prangende vragen op. Temeer in combinatie met de roep om strafrechtelijke vervolging en het voorontwerp Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude. Een normatieve uitleg van de delictsomschrijving in 341 onder a en 343 Sr. in samenhang met 2:9, 138, 248, 3:277 en 6:162 BW en 42 Fw e.v. blijkt noodzakelijk te zijn.

Lees verder:

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF