Misbruik van procesrecht OvJ door tweemaal conservatoir beslag te leggen

Rechtbank Noord-Holland 17 april 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:3171 In het kader van een strafrechtelijk financieel onderzoek zijn onder klager en zijn broer diverse beslagen gelegd. De rechtbank kwam echter tot het oordeel dat op grond van de verdenking de bestaande andere beslagen op de onroerende zaken en tegoeden van klager en zijn broer voldoende verhaal vormden om aan de verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel te voldoen.

Daarom werd het beklag gegrond verklaard, de gelegde conservatoire beslagen op de voer- en vaartuigen opgeheven en gelast om deze zaken aan klager terug te geven.

De officier van justitie legde vervolgens opnieuw beslag op dezelfde zaken.

Conservatoire beslagen

Aan de officier van justitie is in het Wetboek van Strafvordering de bevoegdheid gegeven om in bepaalde omstandigheden conservatoir beslag te leggen ten laste van een verdachte. In een situatie zoals hier aan de orde levert het gebruikmaken van die bevoegdheid naar het oordeel van de rechtbank echter een misbruik van dat procesrecht op; ten tijde van de tweede beslaglegging was de officier van justitie er immers van op de hoogte dat de rechter het beslag als disproportioneel had beoordeeld. Dat zou mogelijk anders zijn, indien ten tijde van het tweede beslag sprake was van feiten of omstandigheden die ten tijde van de eerdere beslissing nog niet bekend waren of konden zijn. Daarvan is echter geen sprake. Het enkele feit dat de berekening van het wederrechtelijk voordeel hoger uitvalt, indien de zogenaamde kasopstelling wordt gehanteerd dan wanneer dat voordeel wordt berekend op basis van de transactiemethode, levert niet zo’n nieuw feit of nieuwe omstandigheid op (nog daargelaten dat gemotiveerd is betwist dat die kasopstelling tot een hoger bedrag leidt). De kasopstelling is immers niet gebaseerd op nieuwe gegevens, maar is opgesteld op basis van gegevens die ten tijde van de eerdere berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel ook al uit de stukken in het dossier waren af te leiden.

Het klaagschrift zal daarom gegrond worden verklaard, voor zover het de conservatoire beslagen betreft.

De strafvorderlijke beslagen

Op een personenauto rust (ook) nog een strafvorderlijk beslag. De officier van justitie stelt dat is gebleken dat met dit voertuig bouwjaarfraude is gepleegd en dat nog zal worden beoordeeld of klager hiervoor wordt vervolgd. Die stelling is met de stukken uit het dossier voldoende onderbouwd. Daarom is de rechtbank van oordeel dat het niet hoogst onaannemelijk is dat de strafrechter, later oordelend, deze auto zal onttrekken aan het verkeer. Indien de stelling van klager juist is dat de personenauto ondanks de fraude weer kan worden aangemeld bij de RDW en in aanmerking kan komen voor afgifte van een kentekenbewijs, maakt dat de beslissing niet anders. In die situatie is het namelijk niet hoogst onaannemelijk dat de strafrechter, later oordelend, deze auto verbeurd zal verklaren.

Het beslag op de bestelauto is op 9 september 2014 gelegd. Op dat moment was deze auto in bezit van klager en zijn broer. Ten tijde van de beslaglegging was de sleutel van de auto verstopt onder de auto. Bij onderzoek van de auto bleek dat deze vol zat met ‘hennepgerelateerde’ zaken. Bij deze stand van zaken is de rechtbank van oordeel dat het niet hoogst onaannemelijk is dat de strafrechter, later oordelend, deze auto verbeurd zal verklaren of onttrekken aan het verkeer.

Het klaagschrift zal daarom ongegrond worden verklaard, voor zover het om de strafvorderlijke beslagen gaat.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF