Minimumeis twaalf maanden gevangenis in Overleveringswet in strijd met Europese regelgeving

Mag Nederland de overlevering weigeren voor ‘bagatelfeiten’? Dat was de vraag die de rechtbank Amsterdam op 2 september jl. heeft gesteld aan het Europees Hof van Justitie naar aanleiding van een lopende procedure. De Overleveringswet kent een drempel voor de overlevering van personen aan andere EU-lidstaten. Die drempel bestaat uit de eis dat de overlevering wordt gevraagd voor een strafbaar feit waarop in Nederland ten minste 12 maanden gevangenisstraf staat. Naar aanleiding van Europese kritiek op deze eis heeft de minister in het verleden tegen de Tweede Kamer gezegd dat die is bedoeld om te voorkomen dat een overlevering voor een bagatelfeit plaatsvindt. De rechtbank Amsterdam is van oordeel dat deze eis in strijd is met Europese regelgeving. De rechtbank was echter niet helemaal zeker of zij de Europese regelgeving zo uitlegt als het Hof van Justitie van de Europese Unie dat doet en heeft de vraag voorgelegd aan het Hof.

Op 25 september heeft de rechtbank het antwoord van het Europees Hof van Justitie ontvangen. Uit de uitspraak van het Europees Hof van Justitie blijkt dat ook het Hof van oordeel is dat de eis die de Overleveringswet stelt in strijd is met de Europese regelgeving. De procedure zal nu op basis daarvan worden voortgezet bij de rechtbank Amsterdam.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF