Milieuzaak, slagende bewijsklacht

Hoge Raad 26 juni 2012, LJN BW9197

Het Hof heeft bewezenverklaard dat verdachte als een persoon, als bedoeld in art. 10.37, tweede lid, onder a of b van de Wet milieubeheer, bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, te weten verontreinigde baggerslib (klasse 2), in ontvangst heeft genomen zonder dat haar daarbij een begeleidingsbrief als bedoeld in art. 10.39, eerste lid, onder a en b Wm werden verstrekt, aangezien de baggerslib werd aangevoerd met (1) een duwbak, de Navin 3103, met een daarbij behorende begeleidingsbrief die niet volledig conform voornoemd artikel was ingevuld aangezien de geschatte hoeveelheid van de lading en de handtekeningen van de afzender, ontdoener en/of transporteur ontbraken, en (2) een duwbak, de Navin 3029, welke in het geheel niet vergezeld ging van een begeleidingsbrief.
Aangezien de bewezenverklaring, voor zover inhoudende dat de verdachte het voorschrift van art. 10.40, tweede lid, Wm niet heeft nageleefd door baggerslib in ontvangst te nemen dat werd aangeleverd met een duwbak, de Navin 3029, zonder dat deze vergezeld ging van een begeleidingsbrief, alsmede door baggerslib in ontvangst te nemen dat werd aangeleverd met een duwbak, de Navin 3103, terwijl deze vergezeld ging van een onvolledig ingevulde begeleidingsbrief, niet zonder meer kan worden afgeleid uit de bewijsvoering van het Hof, is de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

De Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF