'Mag de civiele rechter aangifte doen van strafbare feiten die hem ter kennis komen?'

In een zaak kan een civiele rechter worden geconfronteerd met strafbare feiten. De vraag is dan of de rechter aangifte moet doen van deze feiten? In bepaalde gevallen is de rechter wettelijk verplicht om aangifte te doen wanneer hij een redelijk vermoeden heeft dat er sprake is van strafbare feiten. Buiten deze gevallen is de rechter bevoegd tot het doen van aangifte (art. 161 Sv). Maar deze bevoegdheid van de rechter is niet onbegrensd. Aan de hand van een uitspraak van de Ombudskamer van de Hoge Raad van 30 maart 1998 en een viertal beschikkingen op 30 maart 2001 afgegeven door de strafkamer van de Hoge Raad gaat deze bijdrage nader in op de grenzen van de aangiftebevoegdheid van de rechter. Hierbij is tevens aandacht voor de brief van de Minister van Justitie naar aanleiding van de uitspraak van de Ombudskamer over de aangifte bevoegdheid van rechters van 9 oktober 2000. Lees verder:

 

Dit artikel kunt u enkel raadplegen indien u bent geabonneerd bent op Trema. 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF