Langdurige gevangenisstraf voor 'babbeltruc'

Rechtbank Noord-Holland 30 juni 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:5346

De rechtbank heeft een gevangenisstraf van 36 maanden - waarvan 12 maanden voorwaardelijk - opgelegd aan een 37-jarige vrouw. Van 19 januari 2015 tot en met 3 juni 2015 heeft zij van 14, veelal hoogbejaarden, de pincode afhandig gemaakt, of dat geprobeerd, door gebruik van de babbeltruc.

De rechtbank acht ook bewezen dat de vrouw met de gestolen bankpas en verkregen pincode van 10 slachtoffers aanzienlijke bedragen van hun bankrekening heeft opgenomen. In zeven zaken is de verdachte (deels) vrijgesproken wegens onvoldoendebewijs.

'Babbeltruc'

De vrouw belde de slachtoffers en deed zich voor als bankmedewerker of medewerker van de politie en wekte op die wijze vertrouwen. Uit onderzoek bleek dat met name gebeld werd naar vaste telefoonnummers van personen op hoge leeftijd, in de regio Amsterdam en omstreken. Met een listig verhaal bewoog de vrouw de slachtoffers tot afgifte van de pincode van hun bankpas. In de meeste gevallen was de bankpas kort daarvoor gestolen van de slachtoffers; onder meer uit hun woning door vrouwen die zich voordeden als thuiszorgmedewerkers. Enkele slachtoffers konden niet aangeven hoe zij de bankpas waren kwijtgeraakt, door diefstal of verlies, maar zij kregen kort daarop wél dat bewuste telefoontje, waarop zij hun pincode afgaven.

Opname geld van de bankrekeningen

De rechtbank acht bewezen dat de vrouw met behulp van de gestolen bankpas en de ontvreemde pincode, geld heeft opgenomen van de bankrekening van 10 slachtoffers. Dit deed zij in sommige gevallen samen met anderen. Daarbij is opvallend dat de pintransacties plaatsvonden binnen een zéér kort tijdsbestek na het babbeltruc-gesprek of zelfs tegelijkertijd. Voor de rechtbank staat daarmee vast dat degene die het babbeltruc-gesprek voerde, ook betrokken was bij het pinnen van het geld.

Verweer namens verdachte

De vrouw heeft alle betrokkenheid ontkend en namens haar is vrijspraak gevraagd voor alle feiten omdat het bewijs tekort schiet. Zo leveren de camerabeelden van de persoon die het geld pinde onvoldoende herkenning op. Voorts is het herkennen van de stem van de vrouw in de getapte telefoongesprekken onbetrouwbaar; het zou immers ook een familielid van verdachte kunnen zijn geweest met een vergelijkbare stem.

Bewijs volgens de rechtbank

De vrouw is op 3 juni 2015 door de politie daadwerkelijk aangetroffen bij de woning van één van de slachtoffers, waarbij zij zich had voorgedaan als medewerkster van de ING-bank. Zij had de mobiele telefoon in haar bezit waarmee het babbeltruc-gesprek met dit slachtoffer was gevoerd. Dit gesprek, maar ook andere opgenomen gesprekken zijn door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) onderworpen aan spraakonderzoek. De stem van degene die het babbeltruc-gesprek voerde is vergeleken met de opnames van politieverhoren van de vrouw én met gesprekken via een privé-telefoon-nummer dat de vrouw gebruikte. Het NFI acht het – kort gezegd – waarschijnlijk dat zij de babbeltruc-gesprekken heeft gevoerd. De rechtbank heeft daarom de conclusie van het NFI gebruikt voor het bewijs. Dat het de vrouw was die belde, leidt de rechtbank ook af uit de zendmastgegevens; veel is gebeld in de nabijheid van haar woning. Tot slot is ter zitting gebleken dat zij geen familieleden heeft wonen in de omgeving van Amsterdam, waarmee het door de verdediging geschetste alternatieve scenario onaannemelijk is.

Camerabeelden van de pintransacties

Op verschillende beelden is een persoon te zien die het haar en gezicht heeft afgeschermd met een muts, pet of sjaal. De rechtbank oordeelt dat de uiterlijke kenmerken van die persoon passen bij die van de vrouw; met name de spitse neus en de stand van de ogen. Daar komt bij dat de persoon die pint veelal kleding draag die sterk overeenkomt met de kleding die in de woning van de vrouw is aangetroffen. Verbalisanten van de politie hebben haar herkend op basis van diverse concreet omschreven kenmerken. De rechtbank gebruikt deze ambtshalve herkenningen voor hetbewijs. Op grond van al deze bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat het de vrouw is geweest die heeft gepind van de bankrekeningen van de slachtoffers.

Samen met anderen

De rechtbank is van oordeel dat de vrouw enkele diefstallen samen met anderen heeft gepleegd; voor een aantal zaken geldt dat zij mogelijk alleen heeft geopereerd.

Strafmaat

De rechtbank vindt het zeer ernstige strafbare feiten, die naast financiële schade, overlast en gevoelens van onmacht bij de gedupeerden hebben veroorzaakt. Kennelijk is ook bewust en stelselmatig een groep oudere en daardoor kwetsbare slachtoffers tot doelwit gekozen. Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de vrouw die moeder is van drie jonge kinderen. Aan haar wordt een gevangenisstraf opgelegd van 36 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar als stok achter de deur, om haar ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Vorderingen van de gedupeerden en ontnemingsvordering

De rechtbank heeft de vrouw veroordeeld om aan zes benadeelden de door hen geleden schade te vergoeden. In een apart vonnis heeft de rechtbank de vrouw veroordeeld tot betaling aan de staat van een bedrag van 12.810,23 euro. Dit is het door haarwederrechtelijk verkregen financieel voordeel.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF