'Kuil' geen woning in de zin van de Awbi en het Wetboek van Strafvordering

Rechtbank Noord-Nederland 23 mei 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:2524

Naar het oordeel van de rechtbank kan de plaats waar de aangetroffen goederen in casu in beslag zijn genomen, niet worden aangemerkt als een woning in de zin van de Awbi en het Wetboek van Strafvordering.

Onder een woning wordt verstaan: een ruimte die ingericht en bestemd is voor exclusief verblijf voor een persoon of voor een beperkt aantal in een gemeenschappelijke huishouding levende personen. De vraag of een ruimte als woning moet worden aangemerkt, wordt niet zonder meer bepaald door uiterlijke kenmerken zoals de bouw en de aanwezigheid van huisraad, maar vooral door de aan die ruimte gegeven bestemming. Een woning in de zin van de Awbi is dan ook elke plaats waar zich daadwerkelijk privé-huiselijk leven afspeelt.

In casu gaat het om een met takken bedekte kuil in een bosperceel nabij Zuidlaren, waar de politie op 27 december 2013 twee personen aantrof, de verdachten, die geen identiteitsbewijs konden tonen en om die reden werden aangehouden. Deze kuil of dit hol was niet afgesloten en was door een opening voor een ieder toegankelijk. Naar het oordeel van de rechtbank werd dit hol door de verdachten - die illegaal in Nederland verbleven - gebruikt als schuilplaats om zich aan het oog van de autoriteiten te onttrekken en als opslagplaats voor gestolen goederen. Van enig privé-huiselijk leven van de verdachten in dit hol is geen sprake. Het enkele feit dat de verdachten in dit hol verbleven, dat zij daar ook aten en dronken en de kuil als slaapplaats gebruikten, maakt dat niet anders.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de politie zonder meer gerechtigd was het hol te betreden en te doorzoeken. Reeds om die reden is geen sprake van een vormverzuim ex artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF