Kroniek toezicht en handhaving

Op 10 november 2016 heeft de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aan Advocaat-Generaal Keus gevraagd te onderzoeken welke waarborgen in acht moeten worden genomen bij het vergaren van bewijs in boetezaken. De Voorzitter heeft de A-G in het bijzonder gevraagd welke waarborgen moeten gelden bij het afleggen van verklaringen bij de toezichthouders, en hoe moet worden omgegaan met verklaringen die pas later in de procedure worden overgelegd door degene die is beboet. Daarnaast is de A-G gevraagd onderzoek te doen naar de ‘toelaatbaarheid van en de grenzen aan bewijsvergaring’ in een later stadium van de procedure door het bestuursorgaan dat de boete heeft opgelegd.

Dat de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak met het oog op een bredere rechtsontwikkeling deze, ook voor het financiële toezicht, fundamentele vragen heeft voorgelegd aan de A-G, past in onze ogen in een bredere maatschappelijke ontwikkeling waarbij toezicht en naleving van wet- en regelgeving steeds hoger op de maatschappelijke agenda staan, toezichthouders door de wetgever in verband daarmee worden voorzien van extra instrumenten om effectief toezicht te houden en rechters tegelijkertijd oog houden voor een adequate balans tussen effectief toezicht en toereikende rechtsbescherming. De bestuursrechters die verantwoordelijk zijn voor de rechtsbescherming terzake van het financiële toezicht hebben ook in deze kroniekperiode naar deze balans gezocht. Het resultaat van die zoektocht is een groot aantal vermeldenswaardige en interessante juridische ontwikkelingen op dat vlak die voor de financiële sector van groot belang zijn.

Lees verder: 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF