Klacht ex art. 12 Sv: (Zware) mishandeling c.q. verduistering van bewijsstukken beweerdelijk gepleegd door politieambtenaar

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 12 november 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:5264 

Bij brief van 7 augustus 2012 heeft de advocaat mr. Y. Moskowicz namens klaagster aangifte gedaan van mishandeling dan wel zware mishandeling (artikel 300 respectievelijk 302 van het Wetboek van Strafrecht) en van het ambtsmisdrijf verduistering van bewijsstukken (artikel 361 van genoemd wetboek), beweerdelijk jegens haar gepleegd door beklaagde.

Op 17 december 2012 is door de officier van justitie aan klaagster bericht dat de zaak niet zal worden vervolgd omdat er voor bedoelde verduistering onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is en ten aanzien van de mishandeling het gebruikte geweld proportioneel wordt geacht.

Hierop heeft klaagster bij schrijven van 31 januari 2013 een klaagschrift ingediend bij het hof, ingekomen ter griffie van het hof op 5 februari 2013, met het verzoek de vervolging te bevelen.

De advocaat-generaal heeft in het schriftelijk verslag van 14 mei 2013 het hof geraden het beklag af te wijzen.

Op 15 oktober 2013 is het klaagschrift in raadkamer van het hof behandeld in aanwezigheid van klaagster en haar advocaat.

De advocaat-generaal heeft in raadkamer gepersisteerd bij het schriftelijk verslag.

De beoordeling

Namens klaagster heeft mr. Moszkowicz aangifte gedaan van mishandeling, dan wel zware mishandeling alsmede van het ambtsmisdrijf van verduistering van bewijsstukken.

Klaagster verklaart dat zij in de nacht van zaterdag 28 juli op zondag 29 juli 2012 ter hoogte van het Stadhuisplein in het centrum van Eindhoven liep. Klaagster had het evenement Sneakerz bezocht en werd getuige van een opstootje op het plein. Hierbij bleek later een bij het grote publiek bekende DJ betrokken te zijn.

Klaagster vond het politieoptreden jegens die DJ onproportioneel en besloot het voorval te filmen met haar mobiele telefoon. Toen klaagster in de richting van het voorval liep werd zij naar eigen zeggen door beklaagde, zijnde een agent van de politie, driemaal met een knuppel tegen de borst geslagen. Volgens klaagster heeft één van de omstanders toen scheldwoorden geuit jegens beklaagde. Hierop werd klaagster door beklaagde en zijn collega’s naar de grond gebracht waarbij haar telefoon op de grond viel. Volgens klaagster pakte een collega van beklaagde de telefoon op waarbij hij opmerkte dat de opnamefunctie van de telefoon nog was ingeschakeld. Op dat moment zou beklaagde de telefoon hebben overgenomen. Klaagster werd naar het politiebureau gebracht. Aldaar vroeg zij om haar mobiele telefoon; zij was van oordeel dat zij met de opname haar onschuld kon aantonen. Op het moment dat zij haar telefoon terug kreeg zag zij dat de filmopname was gewist.

Klaagster zou als gevolg van de mishandeling door de agent over haar gehele lichaam kneuzingen en blauwe plekken hebben opgelopen. De huisarts van klaagster heeft volgens klaagster geconstateerd dat de pink van klaagster is gekneusd en een pees in haar schouders is beschadigd.

Door de advocaat van klaagster is aangevoerd dat beklaagde opzettelijk bewijsmateriaal dat op de telefoon stond heeft gewist, omdat verschillende technische handelingen met de telefoon moeten worden verricht alvorens een filmopname daarvan kan worden verwijderd. De advocaat van klaagster stelt zich op het standpunt dat de opnamen niet per ongeluk gewist kunnen zijn. Aan het klaagschrift is een DVD toegevoegd waarin klaagster laat zien dat een aantal handelingen dient te worden verricht alvorens een filmpje kan worden verwijderd.

Beklaagde, agent van de politie, bevestigt dat er sprake was van een opstootje zoals klaagster beschrijft. Beklaagde verklaart dat hij klaagster heeft gepord met zijn wapenstok, hij ontkent haar geslagen te hebben. Beklaagde verklaart dat hij klaagster heeft gepord met als doel ruimte te creëren voor zijn collega’s die bezig waren met de aanhouding van een DJ.

Beklaagde verklaart verder dat hij luid heeft geroepen dat men zich naar achteren moest begeven en dat er anders geweld gebruikt zou worden. Aangezien klaagster niet aan dit bevel voldeed, heeft hij haar gepord met de wapenstok.

Klaagster heeft ter zitting in raadkamer van het hof verklaard dat zij deze waarschuwing van beklaagde niet gehoord heeft.

In het door beklaagde opgemaakte proces-verbaal van 29 juli 2012 staat dat klaagster werd aangehouden ter zake van belediging van beklaagde. Beklaagde is van mening dat er bij deze aanhouding geen buitenproportioneel geweld is toegepast.

Met betrekking tot het wissen van de opname merkt beklaagde op dat hij de telefoon wilde uitzetten. Op een gegeven moment zag beklaagde de optie om de opnames te wissen. Beklaagde verklaart in de emotie van de belediging en de aanhouding, de druk en de omstandigheden, in een opwelling te hebben doorgedrukt, zonder stil te staan bij de gevolgen. Beklaagde ontkent dat er aan zijn zijde sprake was het opzettelijk verwijderen van opnamen.

Door of namens klaagster is aan het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau de opdracht gegeven een onderzoek in te stellen naar de inhoud van de telefoon van klaagster en te trachten het gewiste filmpje terug te halen. In het onderzoeksrapport staat dat er veel steun is voor het scenario dat er met het betreffende telefoontoestel een viertal filmpjes is gemaakt op 29 juli 2012 omstreeks 01.32 – 01.38 uur, welke filmpjes echter niet meer fysiek op de telefoon aanwezig waren ten tijde van het onderzoek. Voorts blijkt uit het rapport dat er veel steun bestaat voor het scenario dat een aantal originele foto’s van het toestel is verwijderd. Handelingen verricht met de telefoon op 29 juli 2012 tussen 00.00 uur en 04.00 uur, waaronder het eventuele wissen van foto’s of filmpjes, konden niet worden vastgesteld. Opgemerkt wordt dat dit het gevolg kan zijn van intensief gebruik van de telefoon na afloop van een mogelijke verwijdering van foto’s en of filmpjes.

Ook het openbaar ministerie heeft een onderzoek ingesteld, door zowel het bureau interne zaken van de politieregio Brabant-Noord als het bureau [bureau X], gespecialiseerd in telecomzaken, in te schakelen. [Bureau X] heeft in de telefoon van klaagster enkele filmpjes gevonden, die echter geen betrekking hadden op het incident.

Getuige [1], hoofdagent van politie, heeft verklaard dat beklaagde klaagster naar zijn mening niet buitenproportioneel heeft aangepakt. Voorts deelt hij mede dat hij degene is die de telefoon van klaagster op het moment van aanhouding heeft opgepakt en toen constateerde dat de telefoon nog aan het filmen was. Getuige [1] verklaart het toestel hierop aan beklaagde te hebben gegeven.

Getuige [2] heeft tegenover de politie verklaard de aanhouding door de politie van klaagster te hebben gezien. Volgens getuige [2] werd klaagster vrij stevig vastgepakt. Ze heeft niet gezien dat klaagster over de grond is gesleurd of ten val kwam.

Getuige [3] beschrijft, evenals getuige [4], het opstootje. Waar getuige [4] het handelen van beklaagde niet goed heeft kunnen zien, verklaart getuige [3], hoofdagent van politie, echter dat zij het porren van beklaagde heeft gezien, maar dat dit volgens haar helemaal niet hardhandig gebeurde. Ook de aanhouding is volgens haar niet ruw geschied.

In een persbericht van vrijdag 3 augustus, als bijlage aan het klaagschrift bevestigd, deelt de korpsleiding mede dat zij het betreurt dat een agent van het betreffende korps ervoor heeft gekozen een filmpje te wissen. Volgens het bericht neemt het korps de zaak serieus en onderzoekt het mogelijke vervolgstappen tegen de agent.

Uit een medische verklaring van de GGD blijkt dat klaagster op 29 juli 2012 door een GGD-arts is onderzocht, waarbij druk-en bewegingspijn, passend bij een kneuzing, van de linkerborst werd vastgesteld. Op vrijdag 10 augustus 2012 is klaagster opnieuw door een GGD-arts onderzocht, maar waren geen afwijkingen zichtbaar.

Het hof overweegt als volgt:

Daargelaten of op klaagsters telefoon filmbeelden van het onderwerpelijke incident aanwezig zijn geweest, en des ja, of beklaagde die al dan niet opzettelijk heeft gewist, kan van overtreding van artikel 361 van het Wetboek van Strafrecht geen sprake zijn, reeds niet omdat in de gegeven omstandigheden de betreffende (telefoon en/of) beelden die zich op die telefoon bevonden niet -naar luid van evenvermeld artikel- zaken/een zaak waren/was, bestemd om voor de bevoegde macht tot overtuiging of bewijs te dienen.

Ten aanzien van de gestelde mishandeling komt het hof op grond van het onderzoek in raadkamer tot de slotsom, dat beklaagde zijn handelen in de gegeven omstandigheden, die zich onder andere daardoor kenmerkten dat door de politie geroepen is dat men zich moest verwijderen en dat anders geweld zou worden gebruikt, zomede dat klaagster aan die aanwijzing geen gevolg heeft gegeven, niet in strijd is geweest met daaraan in redelijkheid te stellen eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.

Gelet op het vorenstaande dient het beklag te worden afgewezen.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF