Kamervragen over knelpunten bij ontnemen wederrechtelijk verkregen voordeel

De SP wil van de minister van Veiligheid en Justitie en de staatssecretaris van Financiën opheldering over de knelpunten bij het ontnemen wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit naar aanleiding van publicaties van afgelopen week op Follow the Money.

Het afpakken van misdaadgelden verloopt op papier behoorlijk voortvarend: Justitie wist in 2016 een recordbedrag van 402 miljoen euro af te pakken van criminelen. Maar de praktijk blijkt een stuk complexer te zijn, aldus berichten op Follow the Money. Zo passeerde er onder meer een open brief van financieel rechercheur Rob van Laar aan de toekomstig minister van Justitie. ‘De opdracht die ik als financieel rechercheur krijg van politiek Den Haag — misdaad mag niet lonen — is steeds vaker niet haalbaar, waardoor misdaad juist loont,’ schreef Van der Laar.

Kamerlid Van Nispen (SP) heeft naar aanleiding hiervan op 7 april jl. de volgende vragen gesteld aan de Minister van Veiligheid en Justitie en de Staatssecretaris van Financiën over de knelpunten bij het afpakken van crimineel vermogen:

  1. Wat is uw reactie op het bericht dat een financieel rechercheur de noodklok luidt over het afpakken van crimineel vermogen? 1)  Bent u bereid hierop te reageren en een afschrift van deze reactie ook aan de Tweede Kamer te doen toekomen? Zo nee, waarom niet?
     
  2. Zijn er, sinds de 'onvoldoende'  van de commissie-Oosting voor het nieuwe protocol aanmelding en afdoening van fiscale delicten en delicten op het gebied van douane en toeslagen (AAFD), nog verbeteringen aan dat protocol en dus de samenwerking tussen de Belastingdienst en het openbaar ministerie aangebracht? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke zijn dat en is al duidelijk of deze effect hebben?
     
  3. Wat is uw reactie op de ervaring van de financieel rechercheur dat de samenwerking tussen de Belastingdienst en het openbaar ministerie op het gebied van afpakken van crimineel verkregen vermogen nog steeds onvoldoende is? Kunt u daarbij ook aangeven wat u vindt van zijn suggestie om deze samenwerking structureel te maken?
     
  4. Erkent u dat rechercheurs meer ruimte zouden moeten krijgen voor het rechercheren naar onderliggende witwasprocessen en witwasstructuren? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke maatregelen koppelt u hieraan?
     
  5. Herkent en erkent u de problemen die financieel rechercheurs ondervinden als zij te maken krijgen met criminelen die gebruikmaken van bankrekeningen in landen waar een bankgeheim is of waarmee geen rechtshulpverdrag is afgesproken? Hoe wordt hier in Nederland mee omgegaan?
     
  6. Wat is uw reactie op de beschrijving van verschillende manieren die via het buitenland ter beschikking staan aan criminelen om crimineel verkregen vermogen weg te sluizen en wit te wassen? 2) Wat doet en kan Nederland hier op dit moment tegen betekenen? Welke knelpunten worden daarbij ervaren en hoe worden of kunnen deze worden opgelost?
     
  7. In hoeverre klopt het dat de Nederlandse politie geen informatie over criminele cliënten van notarissen of advocaten krijgt wegens het verschoningsrecht? Is dit ook onderwerp van gesprek tussen advocaten, notarissen en het openbaar ministerie?
     
  8. Klopt het dat de relatief lange doorlooptijden van rechtshulpverzoeken ervoor zorgen dat het rechercheren van buitenlandse geldstromen extra wordt bemoeilijkt? Hoe wordt hiermee omgegaan?

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF