Internetoplichting voortaan een zaak voor de civiele rechter?

Op 16 januari kopt de Leeuwarder Courant  ‘Internetbedrog geen verduistering meer. Oplichting via Marktplaats voortaan zaak civiele rechter.’

Het krantenbericht refereert aan een arrest van de Hoge Raad van 2 oktober 2012 (LJN BV8280). Het betrof een zaak waar dvd’s vooraf waren betaald maar niet geleverd. De Hoge Raad oordeelde dat het betaalde geld na overmaking eigendom werd van de verdachte.

Naar aanleiding van het krantenbericht zijn kamervragen gesteld aan de Minister van VenJ. Deze legt uit:

"Hier is geen sprake van wederrechtelijke toe-eigening en dus in strafrechtelijk zin ook geen sprake van verduistering (iemand kan zijn eigen geld immers niet wederrechtelijk toe-eigenen). Het feit dat de tegenprestatie (het leveren van de dvd’s) niet was nagekomen maakt dit niet anders. Het gevolg van dit arrest is dat een situatie waarbij geld wordt ontvangen maar de tegenprestatie uitblijft niet kan worden vervolgd als verduistering.

Mogelijk kan in dergelijke gevallen nog wel vervolgd worden wegens oplichting. Daarvoor moet volgens artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht bijvoorbeeld sprake zijn van “listige kunstgrepen of een samenweefsel van verdichtsels”, zoals het gebruik van valse keurmerken of een valse naam. Hier zal in sommige, maar zeker niet in alle gevallen van internetoplichting sprake van zijn. Zo had in de genoemde zaak over de niet-geleverde dvd’s het Hof Den Bosch de verdachten al vrijgesproken van de primair ten laste gelegde oplichting, omdat zij onder eigen naam en met eigen bankrekening handelden. Ook in een andere recente uitspraak van het Hof Den Haag (LJN BW5086) is iemand die online concertkaartjes verkocht maar niet leverde vrijgesproken van oplichting, omdat hij gebruik maakte van zijn eigen voornaam en bankrekening en er geen sprake was van een listige kunstgreep of samenweefsels van verdichtsels."

Gevallen van internetfraude waarbij noch verduistering noch oplichting ten laste kan worden gelegd zijn bij de huidige wetgeving gezien de jurisprudentie niet te kwalificeren als een strafbaar feit, aldus Opstelten.

Op de vraag of het oplichten van mensen op het internet door mensen wel te laten betalen maar geen goederen te leveren, aangepakt moet worden met het strafrecht antwoordt Opstelten dat als mensen - ook als zij eenmaal slachtoffer zijn geworden van oplichting - een eigen verantwoordelijkheid houden om de schade die zij hierdoor geleden hebben te verhalen. Het strafrecht kan niet voor ieder zakelijk conflict een oplossing bieden.

Alleen bij ernstige gevallen, bijvoorbeeld als het gaat om grote bedragen en/of grote aantallen gedupeerden, moet ook langs strafrechtelijke weg opgetreden kunnen worden, aldus de Minister. Het Openbaar Ministerie kan ook nu nog optreden tegen bepaalde gevallen van internetoplichting.

Opstelten zal - naar aanleiding van het arrest - in overleg met het Openbaar Ministerie bezien of, en zo ja op welke wijze, nieuwe strafrechtelijk mogelijkheden gecreëerd moeten worden.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF