HR: De schatting van het w.v.v., alsmede de betalingsverplichting, moeten in een concreet bedrag zijn uitgedrukt

HR 2 oktober 2012, LJN BX4704 Feiten

Verdachte is een verplichting opgelegd tot betaling van een bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel vermeerderd met het vervolgprofijt vanaf de datum van inbeslagneming.

Namens het openbaar ministerie heeft mr. H.H.J. Knol, plaatsvervangend advocaat-generaal bij het Hof, één middel van cassatie voorgesteld.

Het middel

Het middel klaagt dat het hof ten onrechte heeft nagelaten het als vervolgprofijt aan te merken door veroordeelde te betalen bedrag te bepalen op een concreet, in euro’s uitgedrukt bedrag.

Oordeel HR

De Hoge Raad herhaalt zijn overwegingen uit een eerder arrest (LJN BL1454). De rechter die over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel moet oordelen, dient de schatting van dat voordeel en de daaruit voortvloeiende betalingsverplichting uit te drukken in een concreet bedrag. Omtrent de hoogte van dat bedrag zal bij de betrokkene en het OM als executerende instantie geen misverstand mogen bestaan. Daarom kan niet worden aanvaard dat het concrete bedrag pas bij de executie wordt bepaald. Het hof heeft hier niet aan voldaan, omdat het vervolgprofijt niet in een concreet geld bedrag is uitgedrukt.

De uitspraak wordt vernietigd en terugverwezen naar het hof.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Door Annoeska Rubbens

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF