Hof van Justitie: Burgers moeten worden geïnformeerd over overdracht gegevens tussen overheidsinstanties

Hof van Justitie 1 oktober 2015,  C-201/14 (Smaranda Bara e.a.)

Smaranda Bara en verschillende andere Roemeense burgers zijn zelfstandigen. De Roemeense belastingdienst heeft de gegevens betreffende hun aangegeven inkomsten overgedragen aan het nationale socialezekerheidsfonds, dat vervolgens betaling heeft gevorderd van achterstallige bijdragen aan het ziekteverzekeringsstelsel.

De betrokkenen betwisten voor het Curtea de Apel Cluj (hof van beroep te Cluj, Roemenië) dat deze overdracht wettig is uit het oogpunt van de richtlijn. Zij zijn van mening dat hun gegevens zijn gebruikt voor andere doeleinden dan die waarvoor ze oorspronkelijk zijn meegedeeld aan de belastingdienst, zonder daarover op voorhand te zijn geïnformeerd.

Naar Roemeens recht is het overheidsentiteiten toegestaan persoonsgegevens over te dragen aan ziekteverzekeringsfondsen teneinde hen in staat te stellen te bepalen of de betrokkenen de hoedanigheid van verzekerde hebben. Deze gegevens betreffen de identificatie van personen (naam, voornaam en adres) maar omvatten geen gegevens betreffende verkregen inkomsten.

Het Curtea de Apel te Cluj wenst in die context van het Hof van Justitie in wezen te vernemen of het recht van de Unie eraan in de weg staat dat een overheidsinstantie van een lidstaat persoonsgegevens aan een andere overheidsinstantie overdraagt met het oog op hun daaropvolgende verwerking, zonder dat de betrokkenen over deze overdracht en verwerking werden geïnformeerd.

In zijn arrest van vandaag oordeelt het Hof van Justitie dat de vereiste van een eerlijke verwerking van de persoonsgegevens een overheidsinstantie ertoe verplicht om de betrokkenen te informeren over het feit dat hun gegevens zullen worden overgedragen aan een andere overheidsinstantie met het oog op hun verwerking door deze laatste instantie in haar hoedanigheid van adressaat van de gegevens. De richtlijn vereist uitdrukkelijk dat elke eventuele beperking van de plicht tot informatieverstrekking wordt gesteld in een wettelijke maatregel.

De Roemeense wet die voorziet in de gratis overdracht van de persoonsgegevens aan de ziekteverzekeringsfondsen, is geen voorafgaande informatieverstrekking die de voor de verwerking verantwoordelijke zou kunnen ontslaan van zijn verplichting om de personen bij wie hij de gegevens verkrijgt, te informeren. Deze wet omschrijft immers noch de overdraagbare gegevens noch de modaliteiten van de overdracht, die enkel vermeld zijn in een bilateraal protocol tussen de belastingdienst en het ziekteverzekeringsfonds.

Aangezien het gaat om de verdere verwerking van de overgedragen gegevens, bepaalt de richtlijn dat de voor deze verwerking verantwoordelijke de betrokkenen moet informeren over zijn eigen identiteit, de doeleinden van de verwerking en over alles wat verder nodig is om een eerlijke verwerking van de gegevens te waarborgen. Deze bijkomende informatie omvat onder andere de betrokken gegevenscategorieën en het bestaan van een recht op toegang en rectificatie.

Het Hof merkt op dat de verwerking door het nationale socialezekerheidsfonds van de door de belastingdienst overgedragen gegevens met zich meebracht dat de betrokkenen moesten worden geïnformeerd over de doeleinden van deze verwerking en over de betrokken gegevenscategorieën. In casu heeft het ziekteverzekeringsfonds deze informatie niet verstrekt.

Het Hof oordeelt dat het recht van de Unie in de weg staat aan de overdracht en verwerking van persoonsgegevens tussen twee overheidsinstanties van een lidstaat zonder dat de betrokkenen daarover op voorhand werden geïnformeerd.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF