Grootschalige belastingfraude met DigiD en BSN, valselijk opmaken van digitale aanvragen zorg-, huur- en kinderopvangtoeslag en aangiften inkomstenbelasting

Rechtbank Rotterdam 5 september 2012, LJN BX6605

Feit 1: deelneming aan een criminele organisatie 
De rechtbank acht bewezen dat tussen de verdachte en zijn medeverdachten sprake was van een samenwerkingsverband dat het plegen van misdrijven tot oogmerk had en dat zich, in het bijzonder, bezig hield met het (mede)plegen van misdrijven, waaronder:

- het plegen van valsheid in geschrift;
- (gewoonte)witwassen; en
- oplichting van de Belastingdienst/toeslagen.
 
De rechtbank acht bewezen dat dit samenwerkingsverband tussen de verdachte en zijn mededaders voldoende gestructureerd was om te kunnen spreken van een 'organisatie' in de zin van art.140 Sr.
  • Dit volgt o.a. uit de modus operandi. Deze kwam erop neer dat eerst de beschikking werd gekregen over burgerservicenummers en DigiD inlogcodes, bankrekeningnummers, bankpasjes en pincodes van derden, alsmede over een computer en een (wifi) netwerk. Vervolgens werden met gebruikmaking daarvan in totaal 2516 valse aanvragen gedaan c.q. wijzigingen doorgegeven. Rond de data waarop de Belastingdienst overging tot uitbetaling van de aldus aangevraagde toeslagen werden de bankrekeningen waarop deze bedragen door de Belastingdienst zouden worden gestort gecontroleerd en wanneer het geld binnenkwam, werd het doorgeboekt naar andere door de verdachten gecontroleerde rekeningnummers en/of contant opgenomen.
  • Slechts indien op een gecoördineerde en planmatige manier te werk werd gegaan, met onderlinge uitwisseling van een grote hoeveelheid gegevens, konden deze afzonderlijke handelingen leiden tot het door de door de verdachten beoogde resultaat, het zich toe-eigenen van niet voor hen bestemde belastinggelden.
  • De structuur van de samenwerking blijkt voorts uit het feit dat ten tijde van de voorlopige hechtenis van de verdachten, van 21 februari tot 31 mei 2011, dezelfde strafbare feiten werden voortgezet door andere verdachten.
  • De rechtbank acht het samenwerkingsverband tevens voldoende duurzaam om te kunnen spreken van een 'organisatie', nu activiteiten van deze organisatie zich uitstrekken over een periode van oktober 2010 tot voorbij 21 februari 2011, de dag waarop de verdachte werd aangehouden.
Feit 2: valselijk opmaken van digitale aanvragen zorg-, huur- en kinderopvangtoeslag en aangiften inkomstenbelasting


De verdachte wordt onder feit 2 verweten dat hij, in de periode van 2 november 2010 tot en met 11 februari 2011 te Rotterdam digitale formulieren Aanvraag zorg-, huur- en kinderopvangtoeslag van een groot aantal personen heeft vervalst. Anders dan de raadsman heeft gesteld, zijn dit geen aanvragen, die aan wettelijke eisen moeten voldoen om die kwalificatie te verdienen, maar formulieren met betrekking tot de aanvraag, waarbij het oogmerk om deze als echt en onvervalst te (laten) gebruiken constitutief voor de strafbaarheid is.

De rechtbank komt tot het oordeel dat het de verdachte is geweest die, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, vanuit de woning via het daarbij behorende IP-adres en via de IP-adressen van de andere woningen in totaal 158, 56 en 229 digitale formulieren met betrekking de huur-, zorg- en kinderopvangtoeslag 2010 en 2011 heeft verzonden. Weliswaar is uit het opsporingsonderzoek gebleken dat de computers die tijdens de doorzoeking op 21 februari 2011 in de woning aanwezig waren, niet zijn gebruikt om de website van de Belastingdienst te benaderen. Medeverdachte 5 heeft evenwel verklaard dat de verdachte gebruik maakte van een laptop, die hij altijd meenam. Kennelijk is dit de, niet ter plaatse aangetroffen, computer waarmee de hier bedoelde mutaties naar de Belastingdienst zijn verzonden. Een andere aannemelijke verklaring is er niet. Meer in het bijzonder acht de rechtbank het ongeloofwaardig dat anderen in (of in de nabijheid van) verdachtes woning de bewezen handelingen hebben verricht, zonder dat de verdachte daaraan heeft deelgenomen. Daarvoor zijn de handelingen te frequent, te divers, in tijd te verspreid, zijn in verdachtes woning teveel aanwijzingen van betrokkenheid van de bewoners gevonden, terwijl verschillende getuigenverklaringen op de betrokkenheid van de verdachte wijzen.
 

Feit 3: gewoontewitwassen
 
Wat de verdachte betreft acht de rechtbank in elk geval bewezen dat hij het geld dat in zijn woning is aangetroffen heeft witgewassen. Immers, de verdachte beschikt zelf over geen noemenswaardig inkomen of vermogen waaruit deze gelden afkomstig zouden kunnen zijn. Datzelfde geldt voor zijn vriendin. Hij heeft geen verklaring gegeven over de bron van het geld. Bewezen is dat de verdachte is betrokken bij een grootschalige belastingfraude, waarbij de belastingdienst op bankrekeningen in beheer bij de verdachte en de medeverdachten soms tienduizenden euro’s uitbetaalde. Het kan derhalve niet anders of dit geld is afkomstig uit de bewezen verklaarde fraude. Nu deze gelden giraal zijn verworven, is dit contant aangetroffen geld kennelijk bij de bank opgenomen of gepind en aldus omgezet in de in art. 420bis, eerste lid, aanhef en onder b, Sr bedoelde zin. Voorts heeft in elk geval de medeverdachte 4 geld op zijn bankrekening ontvangen dat afkomstig was van bankrekeningen die op naam stonden van derden maar welke bij de medeverdachten in beheer waren, terwijl dat geld door de belastingdienst op die rekeningen was gestort ten behoeve van anderen dan die derden. Hier is sprake van overdragen zoals bedoeld in art. 420bis, eerste lid, aanhef en onder b Sr, dat ook aan de verdachte als medepleger is toe te rekenen.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF