Glazen privacy: knelpuntenonderzoek uitvoering Wet politiegegevens

Op 1 januari 2008 is de Wet politiegegevens (Wpg) in werking getreden ter vervanging van de Wet politieregisters (Wpolr). De Wpg regelt de wijze waarop politie, Koninklijke marechaussee (Kmar) en Bijzondere opsporingsdiensten (BOD-en) moeten omgaan met politiegegevens, dat wil zeggen persoonsgegevens die worden verwerkt bij de uitvoering van politietaken. Ten opzichte van de Wpolr betekent de Wpg een verruiming van de verwerkingsmogelijkheden van politiegegevens, maar tevens een aanscherping van de waarborgen voor de bescherming van de privacy. In de Wpg is bepaald dat de Minister van Veiligheid en Justitie binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de wet verslag uitbrengt over de doeltreffendheid en effecten van de wet in de praktijk.

Eind 2011 bleek uit door de Departementale Auditdienst (DAD) van het ministerie van Veiligheid en Justitie uitgevoerde audits dat de implementatie van de Wpg nog op veel punten tekort schoot. Onder meer als het gaat om de beveiliging, autorisaties, de registratie van verstrekking van gegevens aan derden en het interne toezicht.

Arena Consulting en Pro Facto hebben in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie een nadere evaluatie verricht van de knelpunten. De vraagstelling was samengevat daarbij als volgt:

  1. Wat heeft de wetgever beoogd met de Wpg (wat is de beleidstheorie)?
  2. Hoe wordt de Wpg in de praktijk uitgevoerd; is dit volgens de doelstellingen en de verwachtingen van de wetgever en wat zijn de resultaten en knelpunten?
  3. Hoe verhoudt de Wpg zich tot andere wet- en regelgeving zoals de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en internationale wet- en regelgeving?
  4. Hoe kunnen de knelpunten bij de invoering van de wet en de uitvoering van de wettelijke regels verklaard worden?

Lees verder:

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF