Gevangenisstraf voor vrouw die als bewindvoerder/curator werkte en ruim 90.000 euro van 10 personen verduisterde

Rechtbank Midden-Nederland 21 januari 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:285

De rechtbank Midden-Nederland heeft een 48-jarige verdachte uit Bilthoven veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk. De vrouw verduisterde ruim € 90.000 van tien personen van wie zij de bewindvoerder of curator was. Daarnaast heeft verdachte geld verduisterd van haar werkgever.

Verdenking

  • feit 1: als bewindvoerder een geldbedrag van € 8.345,- heeft verduisterd van benadeelde 1;
  • feit 2: een brief/verklaring betreffende contante betalingen van € 6.050,- vals heeft opgemaakt (primair) dan wel gebruik heeft gemaakt van deze brief/verklaring (subsidiair);
  • feit 3: als curator een geldbedrag van € 15.753,32 heeft verduisterd van benadeelde 12;
  • feit 4: een brief/verklaring betreffende contante betalingen van € 13.100,67 vals heeft opgemaakt (primair) dan wel gebruik heeft gemaakt van deze brief/verklaring (subsidiair);
  • feit 5: als bewindvoerder een geldbedrag van € 17.139,88 heeft verduisterd van benadeelde 3;
  • feit 6A: een brief/verklaring betreffende contante betalingen van € 5.700,- vals heeft opgemaakt (primair) dan wel gebruik heeft gemaakt van deze brief/verklaring (subsidiair);
  • feit 6B: een brief/verklaring betreffende contante betalingen van € 7.670,- vals heeft opgemaakt (primair) dan wel gebruik heeft gemaakt van deze brief/verklaring (subsidiair);
  • feit 7: als bewindvoerder een geldbedrag van € 24.949,92 heeft verduisterd van benadeelde 4;
  • feit 8A: een brief/verklaring betreffende een verkregen lening van € 10.000,- vals heeft opgemaakt (primair) dan wel gebruik heeft gemaakt van deze brief/verklaring (subsidiair);
  • feit 8B: een brief/verklaring betreffende een afgegeven lening van € 10.000,- vals heeft opgemaakt (primair) dan wel gebruik heeft gemaakt van deze brief/verklaring (subsidiair);
  • feit 9: als bewindvoerder een geldbedrag van € 13.697,95 heeft verduisterd van benadeelde 5;
  • feit 10: een brief/verklaring betreffende contante betalingen van € 8.500,- vals heeft opgemaakt (primair) dan wel gebruik heeft gemaakt van deze brief/verklaring (subsidiair);
  • feit 11: als bewindvoerder een geldbedrag van € 3.249,47 heeft verduisterd van benadeelde 6;
  • feit 12: een Formulier A, ten behoeve van de rekening en verantwoording van het bewind van benadeelde 6, vals heeft opgemaakt;
  • feit 13: als bewindvoerder een geldbedrag van € 1.750,- heeft verduisterd van benadeelde 7;
  • feit 14: als bewindvoerder een geldbedrag van € 6.637,79 heeft verduisterd van
  • de erven van E en/of het UWV;
  • feit 15: als administratief medewerker een geldbedrag van € 27.178,54 heeft verduisterd van benadeelde 8;
  • feit 16: als bewindvoerder een geldbedrag van € 3.984,85 heeft verduisterd van benadeelde 9;
  • feit 17: als bewindvoerder een geldbedrag van € 1.537,- heeft verduisterd van benadeelde 10.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd de onder 1, 2 primair, 3, 4 primair, 5, 6A primair, 6B primair, 7, 8A primair, 8B primair, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16 en 17 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen te verklaren.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft opgemerkt dat hij zich beperkt tot de ten laste gelegde feiten die door verdachte worden betwist. Voor het overige heeft de raadsman zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van de zaak benadeelde 3 (feit 5) heeft de raadsman betoogd dat de contante opnamen van €3.250 niet kunnen worden bewezen verklaard.

In de zaak benadeelde 5 (feit 9) stelt verdachte dat er daadwerkelijk betalingen hebben plaatsgevonden. Dit wordt deels bevestigd door benadeelde 5, die verklaard heeft dat zij €200 contant heeft gekregen van verdachte. Verduistering van gelden middels geldopnamen en overboekingen kan om die reden niet worden bewezen verklaard.

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte zich op het standpunt stelt dat er aan benadeelde 6 (feit 11) -onder dwang- een contant bedrag is betaald van €1.750, waarover verdachte heeft verklaard. Dit bedrag kan daarom niet als verduisterd worden aangemerkt. (De rechtbank zal dit verweer opvatten als betrekking hebbend op feit 13, aangezien verdachte tijdens een van de verhoren heeft verklaard dat zij aan benadeelde 7 onder dwang meerdere keren contante geldbedragen heeft gegeven, in totaal ten bedrage van €1.750.)

Verdachte dient integraal te worden vrijgesproken van feit 16, aangezien uit de aan de rechtbank overgelegde e-mails blijkt dat verdachte daadwerkelijk geld aan benadeelde 9 heeft voorgeschoten. Nu dit aannemelijk is geworden, kan geen bewezenverklaring volgen voor dit feit.

Ook van feit 17 dient verdachte te worden vrijgesproken. Uit de overgelegde bankafschriften blijkt dat benadeelde 10 zelf geld op kon nemen van de bank, zodat niet kan worden bewezen dat die bedragen door verdachte zijn verduisterd. Subsidiair kan in elk geval het bedrag van €4.900 (huur- en zorgtoeslag) niet als verduisterd worden aangemerkt, omdat dit bedrag bij het onderzoek door de verbalisant niet is teruggevonden.

Oordeel van de rechtbank

Aangezien de verdediging de onder 1, 2, 3, 4, 7, 8, 11, 12, 14 en 15 ten laste gelegde feiten heeft erkend en er geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank ten aanzien van die feiten, met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van de feiten 5, 6A primair en 6B primair

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman, dat verdachte daadwerkelijk contante bedragen aan benadeelde 3 heeft gegeven en dat de contante opnames om die reden niet kunnen worden bewezen verklaard.

Door getuige B is verklaard dat benadeelde 3 30 euro per week te besteden heeft en dat dit geld door hemzelf wordt gepind. Verder spreekt zij niet over contante bedragen die benadeelde 3 ontving. Ook overigens is op geen enkele wijze aannemelijk geworden dat de gepinde geldbedragen van €1.000, €750, €600, €300 en €600 aan benadeelde 3 zijn overhandigd of aan hem ten goede zijn gekomen.

De rechtbank overweegt ten aanzien van de brief van 7 december 2009, die ondertekend zou zijn door benadeelde 3, het volgende. In de administratie van verdachte zijn verschillende brieven/verklaringen aangetroffen, waarvan de geadresseerden hebben aangegeven dat deze brieven/verklaringen niet door hen zijn ondertekend. Het voorgaande in combinatie met de bevindingen van verbalisant, die heeft geconstateerd dat de handtekening op deze brief niet overeenkomt met de handtekening van benadeelde 3, brengt de rechtbank tot de vaststelling dat deze brief door verdachte is opgesteld en door haar van benadeelde 3 handtekening is voorzien.

De rechtbank stelt vast dat uit de rekeningafschriften van rekeningnummer, ten name van benadeelde 3, blijkt dat op 03 februari 2010 een bedrag van €750 is opgenomen in postcodegebied 1071 BB en op 7 mei 2010 een bedrag van €600 in postcodegebied 5831 JJ. De plaatsen waar deze bedragen zijn opgenomen, respectievelijk Amsterdam en Boxmeer, liggen niet in het arrondissement Utrecht. Dit betekent dat de rechtbank verdachte van de verduistering van deze twee bedragen zal moeten vrijspreken.

Het bewijs ten aanzien van de feiten 9 en 10 primair

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 9 en 10 primair ten laste gelegde heeft begaan op grond van de volgende bewijsmiddelen.

Op 16 oktober 2007 is verdachte, werkzaam ten kantore van bedrijf, gevestigd te Bilthoven, benoemd tot bewindvoerder van benadeelde 5. Bij beschikking van 7 juni 2010 is verdachte als bewindvoerder ontslagen.

Alle bovengenoemde betalingen zijn gedaan vanaf de beheerrekening die op naam staat van benadeelde 5.

Uit de bankafschriften van de ING-rekening rekeningnummer ten name van benadeelde 5 blijkt dat de geldopnames op 25 januari 2010, 2 februari 2010, 16 maart 2010 en 23 april 2010 zijn gedaan in Bilthoven. De geldopnames op 15 februari 2010, 12 april 2010 en 24 mei 2010 hebben volgens de bankafschriften van voornoemd rekeningnummer plaatsgevonden in Utrecht.

Tijdens de doorzoeking in de woning van verdachte werd in de administratie van verdachte een map aangetroffen met brieven/verklaringen van diverse cliënten omtrent het ontvangen van contante gelden van verdachte. Een dergelijke schrijven werd ook aangetroffen met betrekking tot benadeelde 5. In het schrijven zou benadeelde 5 getekend hebben voor de ontvangst van €8.500 contant voor levensonderhoud en inrichting van het huis.

De brief, met briefhoofd “bedrijf”, betreft een schrijven aan “Mevrouw benadeelde 5”, vermeldt als datum en plaats “Bilthoven, 7 december 2009” en is ondertekend door verdachte. De brief bevat onder andere het volgende: “Ik heb je in 2008/2009 contante betalingen gedaan voor levensonderhoud en inrichting van je nieuwe huis €8.500.00”. Verder is een handtekening geplaatst bij de tekst “Voor akkoord benadeelde 5”.

Door benadeelde 5 is verklaard dat zij verdachte (de rechtbank begrijpt: verdachte) als bewindvoerder kreeg. benadeelde 5 kreeg haar geld altijd via de bank. Eén keer heeft ze een contant geldbedrag gekregen van €200. benadeelde 5 verklaart dat ze nooit heeft getekend voor de ontvangst van contant geld. Ze verklaart dat ze de brief, die de politie haar toont, nooit heeft getekend. benadeelde 5 heeft gehoord dat er spullen waren besteld van haar beheerrekening. Zij heeft zelf nooit spullen besteld of gekregen. De rekening werd beheerd door verdachte. Toen het bewind begon, moest benadeelde 5 haar pasje inleveren en kon zij dus ook niet pinnen.

Verdachte verklaart over de transactie van €315,00 naar de creditcardmaatschappij dat dit niet had mogen gebeuren. Ze weet niet waarom ze dit heeft gedaan.

Bewijsoverweging ten aanzien van de feiten 9 en 10 primair

De raadsman heeft naar voren gebracht dat verdachte daadwerkelijk contante betalingen heeft gedaan aan benadeelde 5 en dat dit ook blijkt uit de verklaring van benadeelde 5. Zij heeft immers verklaard dat zij van verdachte €200 contant heeft ontvangen. Gelet hierop kunnen volgens de raadsman ook de geldopnames en de overboekingen naar de rekeningen van verdachte niet als verduistering worden aangemerkt.

De rechtbank stelt vast dat uit de verklaring van benadeelde 5 inderdaad blijkt dat zij een contant geldbedrag van verdachte heeft ontvangen. benadeelde 5 verklaart verder echter dat zij behalve dit geldbedrag nooit contante bedragen van verdachte heeft gekregen. Haar rekening werd beheerd door verdachte en ze heeft haar bankpasje in moeten leveren, waardoor ze niet meer zelf kon pinnen. Behalve het geldbedrag van €200 is op geen enkele wijze aannemelijk geworden dat van het ten laste gelegde geldbedrag meer is ten goede gekomen aan benadeelde 5. De rechtbank zal dan ook slechts het geldbedrag van €200 in mindering brengen op het ten laste gelegde geldbedrag. Voor het overige volgt de rechtbank het standpunt van de raadsman niet.

Het bewijs ten aanzien van feit 13

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 13 ten laste gelegde heeft begaan op grond van de volgende bewijsmiddelen.

Op 13 mei 2008 is verdachte, werkzaam ten kantore van bedrijf te Bilthoven, benoemd tot bewindvoerder van benadeelde 7. Bij beschikking van 7 juni 2010 is verdachte als bewindvoerder ontslagen.

Tijdens de doorzoeking in de woning van verdachte is een schrijven aangetroffen met betrekking tot benadeelde 7. In dit schrijven zou ene “Heer benadeelde 7” getekend moeten hebben voor de ontvangst van €1.750 contant voor levensonderhoud en een scooter. De verklaring is niet ondertekend door benadeelde 7.

Ten aanzien van de beheerrekening werden verschillende onjuiste bedragen verantwoord. De vermelde bedragen zijn zodanig gekozen dat een juist eindsaldo werd bereikt. Ze zijn echter in strijd met de waarheid en verhullen de verduistering van €1.750.

In de onderstaande tabel staan de - feitelijk onjuiste - verantwoorde inkomsten en uitgaven en daarnaast de werkelijke inkomsten en uitgaven vermeld.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 13

De rechtbank begrijpt het verweer van de raadsman met betrekking tot feit 11 als bedoeld ter zake van feit 13. De raadsman heeft betoogd dat daadwerkelijk -onder dwang- betalingen hebben plaatsgevonden van €1.750.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman. Door verdachte zijn over het jaar 2009 onjuiste bedragen verantwoord. Wanneer deze onjuiste bedragen worden vergeleken met de daadwerkelijke inkomsten en uitgaven, dan wordt een verschil duidelijk van €1.750. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte op deze wijze een geldbedrag van €1.750 verhuld. Zij heeft deze uitgaven kennelijk niet willen verantwoorden.

Gelet op deze verhulling acht de rechtbank niet aannemelijk geworden dat dit bedrag ten goede is gekomen aan benadeelde 7 door contante betalingen aan hem en acht de rechtbank bewezen dat verdachte dit bedrag heeft verduisterd. De rechtbank wordt in deze overtuiging gesterkt door het feit dat verdachte een verklaring heeft opgesteld, waarin door benadeelde 7 zou moeten worden getekend voor de ontvangst van een contant geldbedrag van €1.750. Zoals uit de overige bewijsmiddelen blijkt, zijn er meerdere van dergelijke brieven/verklaringen aangetroffen. Geen van de personen aan wie de brieven/verklaringen zijn gericht, heeft echter verklaard dat deze documenten door hem/haar zijn ondertekend of dat de genoemde geldbedragen zijn ontvangen. De brieven/verklaringen zijn kennelijk slechts gebruikt voor het ‘kloppend’ maken van de administratie van verdachte.

Het bewijs ten aanzien van feit 16

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 16 ten laste gelegde heeft begaan op grond van de volgende bewijsmiddelen.

Door aangever 3 is op 8 september 2010, namens benadeelde 9 aangifte gedaan van verduistering door verdachte, wonende te Bilthoven.

Op 1 januari 2009 is verdachte benoemd tot bewindvoerder van benadeelde 9. Ten aanzien van de kosten voor bewindvoering werd €1.484,85 overgeboekt vanaf de beheerrekening van benadeelde 9. Door verdachte werd bijzondere bijstand aangevraagd bij de gemeente Utrecht. Deze bijzondere bijstand werd kennelijk verleend. Op de bedrijfsrekening van verdachte werd door de gemeentelijke sociale dienst een bedrag van €1.926,80 gestort, onder vermelding van ‘benadeelde 9’. De van benadeelde 9 geïncasseerde vergoedingen werden niet terugbetaald door verdachte.

Bij bedragen van €1.000 of meer is toestemming van de kantonrechter noodzakelijk. Ten aanzien van het bewind van benadeelde 9 was bij de kantonrechter geen enkele beslissing bekend inzake eventuele afwijkingen van vergoedingen of betalingen. Van het bedrag van €500 werd in de administratie geen enkel stuk aangetroffen dat een dergelijke uitgave/betaling onderbouwt.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 16

De raadsman heeft betoogd dat verdachte van dit feit integraal dient te worden vrijgesproken, omdat uit de door de raadsman overlegde e-mails blijkt dat verdachte daadwerkelijk geld heeft voorgeschoten aan benadeelde 9.

Door de raadsman is een e-mailbericht overgelegd, d.d. 16 maart 2009, waarin verdachte aan een reclasseringsmedewerker meedeelt, dat zij die betreffende week pas geld heeft gehad van de vorige bewindvoerder, maar dat ze al zoveel heeft voorgeschoten dat het restant niet genoeg is voor de auto die benadeelde 9 terug wilde hebben.

Deze e-mail is destijds door verdachte zelf opgesteld en er zijn geen onderliggende stukken die de stelling van verdachte bevestigen. De rechtbank acht daarmee niet aannemelijk geworden dat door verdachte daadwerkelijk geld is voorgeschoten.

Het bewijs ten aanzien van feit 17

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 17 ten laste gelegde heeft begaan op grond van de volgende bewijsmiddelen.

Door benadeelde 10 is op 2 november 2011 aangifte gedaan van verduistering tegen verdachte, wonende te Bilthoven, die was aangesteld als haar bewindvoerder.

Bij beschikking van de kantonrechter is verdachte op 27 november 2007 aangesteld als bewindvoerder van benadeelde 10. In eerste instantie, tot ongeveer eind 2008, verlopen alle ontvangsten en betalingen ten aanzien van benadeelde 10 via één van de bedrijfsrekeningen van verdachte, de bankrekening rekeningnummer. Betalingen voor huur- en zorgtoeslag blijven tot het einde van het bewind binnen komen op deze bedrijfsrekening. Sporadisch worden betalingen doorgestort naar de beheerrekening. Twee terugbetalingen inkomstenbelasting worden niet doorgestort. Na beëindiging van de bewindvoering van verdachte wordt deze bedrijfsrekening door verdachte leeggehaald en de bedragen waar benadeelde 10 recht op zou hebben op die manier verduisterd. benadeelde 10 is benadeeld voor een bedrag van €1.537,70. Dit blijkt uit een overzicht waarin alle inkomsten en uitgaven met de omschrijving ‘benadeelde 10’ op de bedrijfsrekening van verdachte zijn weergegeven. De laatste mutatie die betrekking heeft op benadeelde 10 vindt plaats op 1 april 2010.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 17

De raadsman heeft voor dit feit integrale vrijspraak bepleit, aangezien benadeelde 10 zelf geld kon opnemen en niet redelijkerwijs kan worden gezegd dat de gelden door verdachte zijn verduisterd. Subsidiair heeft de raadsman verzocht verdachte vrij te spreken van het geldbedrag van €4.900 dat betrekking heeft op de zorgtoeslag, omdat dit niet door de verbalisant is teruggevonden in de stukken.

De rechtbank stelt allereerst vast dat onder feit 17 een geldbedrag van €1537 is ten laste gelegd. Gelet op het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant heeft dit bedrag kennelijk betrekking op het feit dat de bedrijfsrekening door verdachte aan het einde van het bewind is leeggehaald. Op dat moment stond er op deze bedrijfsrekening in totaal €1.537,70 aan geld dat was bestemd voor benadeelde 10. Dit geld is niet aan benadeelde 10 doorgestort of aan haar ten goede gekomen. Verdachte heeft dit geld, waarop benadeelde 10 recht had, op deze manier verduisterd.

Het verweer van de raadsman dat benadeelde 10 zelf geld kon opnemen, slaagt niet aangezien

Bewezenverklaring

  • Feit 1, 5, 7, 9, 11, 13, 14 en 16: telkens: verduistering door een bewindvoerder, meermalen gepleegd;
  • Feit 2 primair, 4 primair, 6A primair, 6B primair, 8A primair, 8B primair, 10 en 12: telkens: valsheid in geschrift;
  • Feit 3: verduistering door een curator, meermalen gepleegd;
  • Feit 15: verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd;
  • Feit 17: verduistering door een bewindvoerder.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk

De rechtbank neemt het de verdachte zeer kwalijk dat ze geld heeft verduisterd van een groep mensen die zeer kwetsbaar is, juist ook op financieel gebied. De slachtoffers stonden onder bewind of waren onder curatele gesteld omdat ze om uiteenlopende redenen niet in staat waren hun eigen geld te beheren. Verdachte was belast met de taak de slachtoffers te beschermen tegen misbruik.

Verdachte is gedurende een lange periode doorgegaan met het stelselmatig en op geraffineerde wijze verduisteren van geldbedragen. Om ervoor te zorgen dat haar frauduleuze handelwijze niet aan het licht zou komen, heeft de vrouw valse verklaringen opgemaakt en een onjuiste rekening en verantwoording naar de rechtbank verstuurd.

Verdachte had als bewindvoerder en curator niet alleen een verantwoordelijke functie, maar ook een voorbeeldfunctie. Door het verduisteren heeft verdachte niet alleen op schaamteloze wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in haar werd gesteld, maar ook het instituut van bewindvoering en ondercuratelestelling in diskrediet gebracht.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf meegewogen dat de strafzaak tegen de verdachte al sinds begin 2012 loopt. Hierom legt de rechtbank een iets lagere straf op dan geëist door de officier van justitie. De rechtbank heeft bepaald dat de verdachte ook de materiële schade van haar slachtoffers moet vergoeden. Dit komt in totaal neer op een bedrag van ruim €70.000.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF