Geen auteursrecht op ‘achterbankgesprekken’ van Endstra

Met de publicatie van de zogenoemde achterbankgesprekken in het boek ‘De Endstra-tapes’ is geen inbreuk gemaakt op auteursrecht. Dat heeft het gerechtshof in Den Haag vadaag bepaald.

De zaak over de Endstra-tapes ging over de vraag of er auteursrecht rust op de gesprekken die Willem Endstra, in de maanden voordat hij werd doodgeschoten, met rechercheurs van de CIE heeft gevoerd op de achterbank van een rondrijdende auto. Deze ‘achterbankgesprekken’ zijn door twee journalisten letterlijk weergegeven in het boek ‘De Endstra-tapes’. Erfgenamen van Willem Endstra hebben een verbod tot uitgave van het boek gevorderd, omdat daarmee in hun visie inbreuk werd gemaakt op het auteursrecht dat Willem Endstra had op de achterbankgesprekken.

De Hoge Raad had al eerder geoordeeld dat om auteursrecht op deze gesprekken aan te kunnen nemen, niet de eis mocht worden gesteld dat Endstra bewust een werk heeft willen scheppen dat een coherente creatie vormt. Het Haagse hof heeft overwogen dat de in het boek opgenomen letterlijke weergaven van de achterbankgesprekken nauwelijks leesbaar zijn, in de zin dat het vrijwel niet mogelijk is om er de aandacht bij te houden. Dit komt doordat de door Endstra uitgesproken tekst, net als de meeste gewone gesprekken, uit een eindeloze reeks onafgemaakte, slecht lopende en ronduit kromme zinnen bestaat. Daarom rust op de achterbankgesprekken - en gewone gesprekken in het algemeen - geen auteursrecht, aldus het gerechtshof in Den Haag. Het hof wijst erop dat dit anders is bij bijvoorbeeld mondelinge voordrachten, dagboekaantekeningen en jazz-improvisaties. Daarin is namelijk wel een duidelijke en het triviale overstijgende vormgeving te onderkennen.

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF