'Geautomatiseerde handhaving en de sanctieopleggendeambtenaar'

Het arrest van de Hoge Raad van 16 februari 2016 is het resultaat van een beroep in cassatie in het belang der wet tegen een arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, van 22 juli 2015. Het arrest van het hof is gewezen in het kader van de beroepsprocedure van de WAHV. In deze zaak was, na de constatering dat voor een motorrijtuig de APK was verlopen, aan de kentekenhouder een administratieve sanctie opgelegd ter hoogte van € 130. De betrokkene ging tegen de oplegging van deze sanctie tevergeefs in beroep bij de officier van justitie en de kantonrechter. De beroepsprocedure bij het hof verliep voor betrokkene aanmerkelijk gunstiger. Het hof vernietigde uiteindelijk de beschikking waarbij de sanctie was opgelegd, omdat volgens het hof niet was komen vast te staan dat de sanctie door een daartoe bevoegde ambtenaar in de zin van art. 3 WAHV was opgelegd. Met dit oordeel werd de tot dan aangehouden werkwijze bij de sanctionering van APK-overtredingen op basis van registervergelijking door de RDW gediskwalificeerd. De consequentie was dat de handhavingspraktijk zou moeten worden bijgesteld, met een substantiële toename van administratieve lasten bij de RDW tot gevolg. Een en ander was voldoende reden om het arrest van het hof in het belang der wet voor te leggen aan de Hoge Raad.

Lees verder:

 

Dit artikel kunt u enkel raadplegen indien u bent geabonneerd op ANWB Verkeersrecht. 

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF