'Fraudeur in eigen faillissement'

De notaris had enige twijfel rond de verkoop van een pand, maar onvoldoende grond waarop hij zijn dienstverlening zou moeten weigeren. Hij meldde de transactie aan FIU-Nederland omdat hij de waardevermeerdering opvallend vond.

Het pand in kwestie werd binnen 5 maanden verkocht tegen een prijs die 30 procent hoger lag dan waarvoor het aangekocht was. Deze melding vond enkele jaren geleden plaats en op dat moment was er na onderzoek geen indicatie, dat er wat aantoonbaar mis was met de verkoop.

Het ongemakkelijke gevoel van de notaris bleek echter drie jaar na dato niet onterecht te zijn geweest. Vijf maanden na de verkoop bleek de verkopende partij failliet te zijn gegaan. De gefailleerde had vervolgens op de valreep een aantal opdrachten en betalingen naar een andere vennootschap van hem overgeheveld, maar ook die vennootschap ging enige tijd later failliet. In beide faillissementen konden de curatoren maar een deel van de administratie boven water krijgen. De curatoren deden aangifte van bedrieglijke bankbreuk.

Ondanks de incomplete administratie kon vastgesteld worden dat het eerder genoemde pand verkocht was in een periode, waarin het al klip en klaar was dat de verkopende vennootschap niet meer te redden was.

De verkoop was nergens in de beschikbare administratie verantwoord. De gefailleerde had de verkoop buiten de administratie gehouden en het verkoopbedrag in eigen zak gestoken.

De melding van de notaris leidde tot het achterhalen van bewijsmiddelen om bedrieglijke bankbreuk door de eigenaar van de failliete ondernemingen verder te kunnen onderbouwen.

Bron: FIU-Nederland 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF