'Fraudebestrijding: grote vooruitgang in fraudebestrijdingsbeleid maar lidstaten moeten meer werk maken van strijd tegen fraude'

Volgens het jaarverslag van de Europese Commissie over de bescherming van de financiële belangen moeten de lidstaten meer inspanningen leveren om fraude met EU-middelen te voorkomen, op te sporen en te melden. In het verslag staan uitvoerige aanbevelingen over de gebieden waarop de nationale autoriteiten zich in dit verband in het bijzonder moeten richten. Volgens het verslag vertegenwoordigt de vastgestelde fraude bij EU-uitgaven minder dan 0,2 % van alle middelen. Toch is de Commissie van mening dat er op nationaal niveau grotere inspanningen moeten worden geleverd op het gebied van fraudebestrijding en -opsporing. Daarom wordt onder meer aanbevolen dat de lidstaten hun controles tegen het licht houden om ervoor te zorgen dat deze risicogebaseerd en doelgericht zijn.

Een positieve vaststelling in het verslag is dat er op nationaal niveau goede vorderingen zijn gemaakt met de uitvoering van nieuwe regels en beleidslijnen die de strijd tegen fraude in de komende jaren zullen versterken. Ook op EU-niveau zijn er de afgelopen vijf jaar grote stappen voorwaarts gezet met de vormgeving van een sterkere fraudebestrijding. Deze initiatieven kunnen een uitgesproken effect sorteren op de omvang van de fraude, zodra zij volledig ten uitvoer zijn gelegd.

Algirdas Šemeta, EU-commissaris voor belastingen en douane-unie, statistiek, audit en fraudebestrijding, verwoordde het als volgt: “In de afgelopen vijf jaar heeft de Commissie de strijd tegen fraude naar een nieuw plan getild. Wij streven ernaar om het geld van de burger te beschermen tegen fraudeurs - de daadkrachtige en ambitieuze nieuwe regels, initiatieven en beleidskaders die wij hebben voorgesteld, maken dat duidelijk. Het is nu aan de lidstaten om hun rol doeltreffender te vervullen. Zij moeten hun inspanningen opvoeren om fraude met EU-middelen te voorkomen, op te sporen en te vervolgen.”

Volgens het verslag is de fraude ten nadele van de EU-begroting die door de nationale autoriteiten is geconstateerd, in 2013 licht gedaald ten opzichte van 2012. Aan de uitgavenzijde is de fraude met EU-middelen becijferd op 248 miljoen euro, wat overeenkomt met 0,19 % van de uitgavenbegroting, tegenover 315 miljoen euro het jaar voordien — een daling van ongeveer 21 %. Aan de ontvangstenzijde bedroeg de vermoede of bewezen fraude 61 miljoen euro, wat overeenkomt met 0,29 % van de traditionele eigen middelen die in 2013 zijn geïnd. Dit moet worden vergeleken met het bedrag van 77,6 miljoen euro het jaar voordien, met andere woorden ook een daling van 21 %. Hoewel de totale financiële impact van de fraude met EU-middelen vorig jaar daalde, is het aantal meldingen van fraude met EU-uitgaven toegenomen ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit kan het gevolg zijn van doortastender maatregelen om fraude in een vroeger stadium op te sporen, waardoor de totale omvang van de fraude daalt. Het kan ook een teken zijn dat sommige lidstaten fraude beter melden.

Achtergrond

Overeenkomstig artikel 325 van het Verdrag moet de Commissie een jaarverslag opstellen over de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie, waarin zij de maatregelen ter bestrijding van fraude met EU-middelen uiteenzet. Door de omvang van de fraude die door de lidstaten wordt gemeld, voor de hele EU-begroting (dat wil zeggen zowel inkomsten als uitgaven) nauwkeurig in kaart te brengen, helpt het verslag ook aanschouwelijk te maken op welke gebieden het risico het hoogst is, en draagt het zo bij aan beter gerichte actie op zowel EU- als nationaal niveau.

Het verslag verstrekt niet alleen gegevens over gemelde fraude en onregelmatigheden, terugvorderingen en financiële correcties, en het aantal meldingen in de verschillende lidstaten, maar omvat in de regel elk jaar ook een diepgaande analyse van een specifiek thema. Dit jaar wordt een stand van zaken gegeven van de vorderingen die de lidstaten hebben gemaakt met het opzetten van hun nationale coördinatiedienst voor fraudebestrijding (AFCOS), zoals vereist krachtens de nieuwe OLAF-verordening. De AFCOS moet actief samenwerken en informatie uitwisselen met OLAF, en zo de gemeenschappelijke strijd tegen fraude verbeteren. In het verslag wordt nadere informatie verstrekt over de lidstaten die al een AFCOS hebben aangewezen, en wordt er bij de vier lidstaten die dat nog niet hebben gedaan, op aangedrongen het nodige te doen voor het einde van het jaar.

Het verslag van vandaag beschrijft ook uitvoerig het grote aantal initiatieven dat de Commissie in 2013 heeft genomen om fraude die de EU-begroting schaadt, tegen te gaan. Deze maatregelen bouwen voort op het daadkrachtige fraudebestrijdingsprogramma waarvoor de Commissie zich de afgelopen vijf jaar hard heeft gemaakt. Naast de tenuitvoerlegging van de nieuwe fraudebestrijdingsstrategie van de Commissie is er in 2013 aanzienlijke vooruitgang geboekt op wetgevingsgebied, onder meer dankzij:

Bron: OLAF

Lees meer:

Print Friendly and PDF