'Financieel-economische criminaliteit voor het voetlicht'

De Eerste Kamer heeft op 18 november jl. het Wetsvoorstel bestrijding financieel-economischecriminaliteit aangenomen en inmiddels is de Wet per 1 januari 2015 in werking treden. Deze bijdrage geeft een nadere beschouwing op de ontwikkelingen en gevolgen van deze wettelijke veranderingen. Om te beginnen heeft de Wet een helder doel: verbetering van de opsporing, vervolging en het voorkomen van financieel-economische criminaliteit. Het bevat dan ook maatregelen van uiteenlopende aard die er alle op zijn gericht de mogelijkheden voor de bestrijding van financieel-economische criminaliteit te verruimen. Hiermee heeft het Kabinet opvolging gegeven aan het regeerakkoord om financiële (en georganiseerde) criminaliteit hard aan te pakken. Beschikte de overheid voorheen over te weinig middelen om financieel-economische delictenaan te pakken?

De afgelopen jaren is de opsporing en vervolging van financieel-economische delicten al geïntensiveerd. Echter een intensivering van de opsporing en vervolging alleen haalt de prikkels tot het plegen van deze delicten niet weg. Het Openbaar Ministerie lijkt bij het aanpakken van financieel-economische delicten vooral naar passende en effectieve sancties te zoeken en gaat daarbij schikkingen niet uit de weg. Het Openbaar Ministerie heeft onlangs nog de grootste schikking uit de Nederlandse strafrechtelijkegeschiedenis gesloten. Hoofdofficier van het Functioneel Parket M. Bloos stelde dat ze met deze transactie veel meer kon bereiken omdat het Openbaar Ministerie voor de rechtbank alleen een boete had kunnen eisen. Daarnaast gaf Bloos aan dat een schikking een langlopende en slepende procedures voorkomt. Snelheid speelt aldus ook een rol.

Is het aantal schikkingen toegenomen? Volgens Bloos is dit niet het geval en antwoordde desgevraagd: ‘Je zoekt in elke zaak naar het hoogst haalbare effect. Een sanctie moet meerdere doelen dienen. Met deze transactie hebben we meer bereikt dan alleen straf.’

In een brief aan de Tweede Kamer gaf de Minister al eerder dereden achter het Wetsvoorstel aan: ‘Het overtreden van regels mag niet lonen. Zeker in tijden vaneconomische recessie, waarin van de samenleving offers worden gevraagd om de overheidsfinanciën op orde te krijgen, is het onwenselijk dat illegaal of crimineel geld kan worden behouden.’‘Misdaad mag niet lonen’ is een bekend principe. Met regels wordt gepoogd dit principe te versterken. Het voornaamste argument voor de Wet lijkt toch (of helaas?) te liggen in het feit dat het volgens de Minister aantrekkelijk is om financieel-economischemisdrijven te plegen doordat de opbrengsten hoog zijnen de strafbedreiging (relatief) laag. Zal de wetswijziging hierverandering in kunnen brengen?

Lees verder:

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF