Feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrifte door (goed)keuringscertificaten te vervalsen en gebruik te maken ervan

Rechtbank Oost-Brabant 16 maart 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:1369

Verdachte is enig aandeelhouder en bestuurder van bedrijf 2. Deze BV is enig aandeelhouder en bestuurder van bedrijf 1. Bedrijf 1 verhuurde attractietoestellen met vervalste certificaten van (goed)keuring. Huurders gingen er daardoor vanuit dat de toestellen (goed)gekeurd waren. Blijkens de verklaring van verdachte heeft hij uit financiële overwegingen het besluit genomen om de attracties vanwege het geringe gebruik niet meer jaarlijks te laten keuren door de aangewezen keuringsinstanties.

Bedrijf 1 heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan het meermalen plegen van valsheid in geschrift door (goed)keuringscertificaten te vervalsen en aan het gebruik maken van die vervalste certificaten door deze op internet te plaatsen. Verdachte heeft feitelijk leiding gegeven aan die strafbare feiten.

Het standpunt van de officier van justitie

Volgens de officier van justitie kunnen de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de bewezenverklaring.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359 lid 3, laatste volzin Sv, terwijl namens de verdediging geen vrijspraak is bepleit.

De rechtbank volstaat om die reden met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring van de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten hebben geleid.

Bewezenverklaring

  • Feit 1 primair: valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.
  • Feit 2 primair: opzettelijk gebruik maken van het vervalste geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 200 uur met en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van twee jaren.

Lees hier de volledige uitspraak.

Rechtbank Oost-Brabant 16 maart 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:1371

Bedrijf 1 wordt veroordeeld tot een geldboete van EUR 3000.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF