'Enkele strafprocessuele aspecten bij de nieuwe richtlijn marktmisbruik'

Op 12 juni 2014 zijn de nieuwe Richtlijn Marktmisbruik en de Verordening Marktmisbruik gepubliceerd.. De Richtlijn Marktmisbruik en de Verordening Marktmisbruik komen voort uit het voorstel van de Europese Commissie, uit oktober 2011, om de handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik) effectiever te kunnen bestrijden. Volgens de Commissie lopen de sancties in de verschillende lidstaten zo uiteen dat er geen afschrikwekkende werking van uitgaat. Ook kan strafrechtelijke vervolging worden ontlopen doordat in de lidstaten het verbod op marktmisbruik verschillend wordt gehandhaafd en geïnterpreteerd. De Commissie heeft daarom een voorstel ingediend om de Richtlijn 2003/6/EG om te zetten in een Verordening Marktmisbruik. Het voorstel is gepaard gegaan met een voorstel voor een richtlijn waarin de lidstaten zullen worden verplicht strafrechtelijke sancties te stellen op overtreding van de verordening. Met deze nieuwe Richtlijn Marktmisbruik wordt voor het eerst gebruik gemaakt van de bevoegdheid uit art. 83 lid 2 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Art. 83 lid 2 VWEU biedt aldus een grondslag voor het vaststellen van strafbaarstellingen en sanctieniveaus, indien dat nodig blijkt voor een doeltreffende handhaving van beleid van de Europese Unie op terreinen waarop harmonisatiemaatregelen zijn vastgesteld (de beleidsterreinen van de voormalige Eerste Pijler). Daarmee is de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) in het Verdrag gecodificeerd. In deze bijdrage zal aan de hand van een beperkt aantal procesrechtelijke aspecten, onder meer verwijzend naar het Spector Photo-arrest, worden ingegaan op de betekenis van de nieuwe richtlijn en verordening voor de rechtspraktijk.

Lees verder:

Print Friendly and PDF