Een mensenrechtelijk kader voor anticiperende opsporing

In dit artikel wordt het voor ‘anticiperende opsporing’ vereiste mensenrechtelijke kader – en de vormgeving daarvan in strafprocesrecht – vastgesteld. Daarbij komt zowel de rechtvaardiging van verdere uitbreiding van bevoegdheden van politie en justitie aan de orde, als de vanuit mensenrechtelijk oogpunt noodzakelijke grenzen en voorwaarden voor een dergelijke uitbreiding van bevoegdheden ten behoeve van preventief optreden. Wat betreft deze noodzakelijke grenzen en voorwaarden wordt ingegaan op het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het recht op een eerlijk proces. Voorafgaand aan de behandeling van deze mensenrechtelijke aspecten wordt toegelicht wat in de Nederlandse context wordt verstaan onder anticiperende opsporing. Uit deze analyse volgt dat de overeenstemmingvan anticiperende opsporing met de relevante mensenrechten zowel op het abstracte als op het concrete niveau in acht moet worden genomen.

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF