Economische zaak & Strafoplegging

Hoge Raad 8 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:850

Essentie

Het Hof, dat uitdrukkelijk heeft overwogen dat het rekening heeft gehouden met de financiële draagkracht van verdachte v.zv. deze ttz. is gebleken, heeft kennelijk geoordeeld dat de draagkracht van verdachte toereikend is om de opgelegde – voor de helft voorwaardelijke – geldboete te voldoen. Dat is in het licht van hetgeen door en namens verdachte omtrent o.m. het bedrag van zijn uitkering is aangevoerd, ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk.

Feiten

Het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 3 april 2012 de verdachte ter zake van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 96 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, opzettelijk begaan veroordeeld tot een geldboete van € 8.000, subsidiair 75 dagen hechtenis, waarvan € 4.000, subsidiair 50 dagen, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Het beroep is ingesteld door de verdachte.

Middel

Het middel behelst de klacht dat de strafoplegging, gelet op een gevoerd strafmaatverweer, onvoldoende met redenen is omkleed.

Beoordeling Hoge Raad

Het Hof, dat uitdrukkelijk heeft overwogen dat het rekening heeft gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte voor zover deze ter terechtzitting is gebleken, heeft kennelijk geoordeeld dat de draagkracht van de verdachte toereikend is om de opgelegde - voor de helft voorwaardelijke - geldboete te voldoen. Dat is in het licht van hetgeen door en namens de verdachte omtrent onder meer het bedrag van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering is aangevoerd, ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk. De strafoplegging is in dit opzicht dus toereikend gemotiveerd.

Het middel faalt.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF