Dertig maanden cel voor fraude met paardenvlees

De rechtbank Oost-Brabant heeft vandaag een 45-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig maanden. De man maakte zich als bestuurder van twee bedrijven schuldig aan het vervalsen van facturen, pakbonnen en schriftelijke verklaringen en het gebruik van die valse documenten bij de handel in vlees.

De internationaal opererende bedrijven hielden zich bezig met het inkopen, uitbenen en versnijden van rundvlees en het verhandelen van dat vlees. Toen in Ierland en Groot-Brittannië paardenvlees was aangetroffen in rundvleeshamburgers, werd een onderzoek ingesteld bij de bedrijven van de man. In februari 2013 zijn 167 monsters genomen waarvan er 35 positief testten op DNA van paarden. Al deze producten waren verkocht als puur rundvlees. Volgens de man was er slechts sprake van onbewuste slordigheden en van fouten in de administratie van zijn bedrijven. Het paardenvlees zou in de praktijk altijd apart van de runderen worden verwerkt en apart worden opgeslagen nadat het was gemengd met rundvlees.
De rechtbank acht bewezen dat er door de bedrijven in 2011 en 2012 minimaal 336.000 kilo paardenvlees is ingekocht en verwerkt. In de administratie en financiële boekhoudsystemen van de bedrijven werd niet geregistreerd dat paardenvlees was verwerkt, waardoor ook niet op de verkoopfacturen en bijbehorende papieren stond dat het geleverde product paardenvlees bevatte. De man heeft hier volgens de rechtbank als bestuurder van de bedrijven feitelijk leiding aan gegeven en is daarvoor strafrechtelijk aansprakelijk. De betreffende bedrijven zelf zijn in de eerste helft van 2013 failliet verklaard.
De rechtbank acht niet bewezen dat gebruik is gemaakt van valse weeglijsten omdat deze weeglijsten slechts in de eigen administratie werden aangetroffen.
Ook heeft de man feitelijk leiding gegeven aan het vervalsen en gebruiken van twee facturen om extra krediet te krijgen van de eigen financieringsmaatschappij. De rechtbank stelt vast dat de in deze facturen verantwoorde leveranties niet hebben plaatsgevonden. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte datzelfde in zeventien andere gevallen heeft gedaan.

Misleiding

Bij het bepalen van de straf weegt de rechtbank mee dat de man zijn afnemers en uiteindelijk de consument heeft misleid. Zij gingen er vanuit dat zij puur rundvlees kochten. Hierdoor kwamen afnemers in de problemen en is hun reputatie beschadigd. Doordat de man veelal ook aan buitenlandse afnemers leverde heeft hij bijgedragen aan een negatief imago van de Nederlandse vleesindustrie en heeft hij de belangen van die sector schade berokkend. De man handelde daarbij uitsluitend uit winstbejag. Dat het met paardenvlees gemengde product slechts een beperkt aandeel van de totale omzet van de bedrijven betrof, doet daar niet aan af. Hij bespaarde kosten bij de inkoop van het goedkopere paardenvlees, mengde dit met rundvet en verkocht het als duurder rundvlees. Ook rekent de rechtbank het de man zwaar aan dat hij misbruik heeft gemaakt van het vertrouwen dat de financieringsmaatschappij in hem stelde dat alleen facturen op basis van daadwerkelijke transacties ter (voor)financiering zouden worden aangeboden.

De officier van justitie eiste twee weken geleden een gevangenisstraf van vijf jaar. De rechtbank legt een lagere straf op, omdat er minder bewezen is verklaard dan het Openbaar Ministerie bij het formuleren van de strafeis tot uitgangspunt heeft genomen. Bij de strafbepaling houdt de rechtbank er in het voordeel van de man rekening mee dat hij zelf is getroffen door de gevolgen van zijn handelen. Zijn bedrijven zijn failliet en de curator zou een vordering van elf miljoen euro tegen hem hebben ingediend. Ook houdt de rechtbank er rekening mee dat de zaak op grote schaal - zelfs internationaal - de pers heeft gehaald en dat de man en zijn bedrijven daarbij telkens met naam en toenaam zijn genoemd.
Print Friendly and PDF