De Wet opsporing terroristische misdrijven vier jaar in werking

Op 1 februari 2007 is de ‘Wet ter verruiming van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven’ in werking getreden. Deze wet is erop gericht om opsporingsonderzoek naar terroristische misdrijven in een vroege(re) fase mogelijk te maken en langer te laten voortduren.
 Hiertoe zijn de volgende bevoegdheden ingevoerd:

Er is een lichter criterium geïntroduceerd voor de toepassing van bijzondere opsporingsbevoegdheden, namelijk het bestaan van aanwijzingen dat een terroristisch misdrijf zal worden gepleegd.

Om de effectiviteit van het verkennend onderzoek te vergroten zijn er twee bepalingen opgenomen die zien op het vorderen van geautomatiseerde gegevensbestanden en identificerende gegevens zoals naam, adres en administratieve kenmerken.

In daartoe – al dan niet permanent – aangewezen gebieden zijn de mogelijkheden om personen, voertuigen en voorwerpen te onderzoeken verruimd.

Het is mogelijk gemaakt om bij verdenking van een terroristisch misdrijf bewaring te bevelen, zonder dat er sprake hoeft te zijn van ernstige bezwaren.

Het moment waarop de verdachte van een terroristisch misdrijf inzage krijgt in alle processtukken kan langer worden uitgesteld, doordat de voorlopige hechtenis tot maximaal twee jaar extra kan voortduren.

Om zicht te houden op de wijze waarop deze nieuwe wet wordt toegepast, is de uitwerking van de wetgeving in de praktijk gemonitord. De bevindingen uit de periode van februari 2010 tot februari 2011 zijn neergelegd in de vierde monitorrapportage ‘Opsporing van terrorisme in de praktijk, De Wet opsporing terroristische misdrijven vier jaar in werking’.  
Het rapport schenkt o.a. aandacht aan de ervaringen die politie en OM hebben opgedaan met de toepassing van de wet. Daarnaast is in dit rapport aandacht besteed aan de toepassing van onderzoeksbevoegdheden in (tijdelijke en permanente) veiligheidsrisicogebieden en aan de ervaringen van de zittende magistratuur (RC’s) en de advocatuur met de verruimde bevoegdheden uit de wet. Tot slot wordt teruggeblikt op de wijze waarop de Wet opsporing terroristische misdrijven de afgelopen vier jaar is toegepast.

Enkele bevindingen

In vier jaar tijd, tussen 1 februari 2007 en 1 februari 2011, zijn in totaal 106 terrorismegerelateerde opsporingsonderzoeken uitgevoerd. Van de 106 opsporingsonderzoeken die in vier jaar tijd zijn verricht, is in 18 gebruik gemaakt van de nieuwe opsporingsbevoegdheden. In het eerste jaar is relatief vaak gebruik gemaakt van de nieuwe wettelijke mogelijkheden.
Bij 5 onderzoeken zijn toen bijzondere opsporingsbevoegdheden ingezet op grond van aanwijzingen. Daarnaast is in dat jaar 3 keer gebruik gemaakt van de toepassing van inbewaringstelling buiten ernstige bezwaren. In de jaren daarna is elk jaar enkele keren gebruik gemaakt van de mogelijkheid om bijzondere bevoegdheden in te zetten op grond van aanwijzingen.
Ook is nog tweemaal gebruik gemaakt van de mogelijkheid om verdachten in bewaring te stellen zonder ernstige bezwaren. Verder wordt vanaf de zomer van 2008 in één permanent veiligheidsrisicogebied gebruik gemaakt van de bevoegdheden om personen, voorwerpen en voertuigen te onderzoeken, namelijk in het buitengebied van Schiphol.
Tot slot is in de vier jaar dat de wet van kracht is geen gebruik gemaakt van de andere verruimde bevoegdheden die de wet biedt: er zijn geen verkennende onderzoeken verricht en er is nooit gebruik gemaakt van uitstel tot volledige inzage in processtukken. In de vier jaar dat we dit onderzoek uitvoeren, hebben we geïnterviewden ook nooit gehoord over overwegingen omtrent het gebruik van deze laatstgenoemde bevoegdheden.
Tussen februari 2010 en februari 2011 zijn in totaal 17 terrorismegerelateerde opsporingonderzoeken gestart: 10 zaken werden onder gezag van het Landelijk Parket uitgevoerd door de Nationale Recherche, 7 onder gezag van een arrondissementsparket in een politieregio. In de meeste onderzoeken die in deze periode zijn gestart, zijn bijzondere opsporingsbevoegdheden ingezet (14). In 2 van de 17 opsporingsonderzoeken is gebruik gemaakt van de nieuwe Wet opsporing terroristische misdrijven, in beide gevallen zijn bijzondere opsporingsbevoegdheden ingezet op grond van aanwijzingen. Eénmaal gebeurde dit bij een onderzoek van de Nationale Recherche en het Landelijk Parket en éénmaal in een onderzoek dat in een politieregio speelde.
Bron: WODC

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF