De richtlijn is dood, leve de richtlijn?! Hoge Raad te kort door de bocht met Richtlijn 2013/48/EU betreffende toegang tot een advocaat

In een gastredactioneel in de nieuwste aflevering van de Nieuwsbrief Strafrecht (NbSr) betoogt de auteur dat de Hoge Raad in haar recente arrest over het aanwezigheidsrecht van de raadsman bij het politieverhoor vanuit Unierechtelijk perspectief veel te kort door de bocht gaat. Hoewel de Hoge Raad terecht opmerkt dat –  nu de implementatiedeadline van 27 november 2016 nog niet is bereikt – aan Richtlijn 2013/48/EU als zodanig geen rechtstreekse werking toekomt is daarmee niet gezegd dat aan het bepaalde in die richtlijn geen relevantie toekomt. In tegendeel, aldus de auteur.

Onderzocht zal namelijk moeten worden of de weigering van de Hoge Raad in art. 6 EVRM een aanwezigheidsrecht te lezen neerkomt op een interpretatie van het nationale recht die de verwezenlijking van de met Richtlijn 2013/48/EU nagestreefde doelstelling ernstig in gevaar zou kunnen brengen. Is dat het geval – hetgeen in de optiek van de auteur zeker bepleitbaar is – dan kan alsnog nu al een aanwezigheidsrecht worden ontleend aan de richtlijn. Mogelijk is echter ook de Mangold-Kücükdeveci - jurisprudentie van toepassing op het aanwezigheidsrecht hetgeen de huidige opvatting van de Hoge Raad nog problematischer maakt.

Het arrest van de Hoge Raad betekent dan ook geenszins dat Richtlijn 2013/48/EU tot 27 november 2016 de kast in hoeft. In de optiek van de auteur zou de advocatuur er dan ook goed aan doen dit nog eens expliciet onder de aandacht te brengen zodat het aanwezigheidsrecht niet nog een keer door de vingers van onze rechtspraak kan glippen.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF