De rechter-commissaris, de getuige, de verdediging en haar vragen

Het lijkt een toenemende tendens: rechters-commissaris die voorafgaand aan een verhoor van een getuige ten kabinette de verdediging en het Openbaar Ministerie verzoeken om de aan de getuige te stellen vragen op voorhand aan de rechter-commissaris te verstrekken. De redenen die rechters daarvoor geven zijn meestal praktisch van aard en zien vooral op het verbeteren van de efficiency van het getuigenverhoor. En inderdaad: het werkt allemaal net wat sneller en makkelijker als de griffier de vragen van de partijen al in zijn computer heeft staan, zodat hij vervolgens alleen nog maar de antwoorden van de getuige ertussen hoeft te typen.

Maar wat nu als de raadsman oordeelt dat het niet in het belang van de zaak of zijn cliënt is om de vragen op voorhand aan de rechter-commissaris ter beschikking te stellen? Bijvoorbeeld omdat de raadsman niet het risico wil lopen dat de rechter-commissaris voorafgaand aan het verhoor de vragen- lijst aan de officier van justitie of zelfs aan de getuige verstrekt? Of omdat de raadsman wil uitsluiten dat de rechter-commissaris tóch een vraag uit de op voorhand verstrekte vragenlijst stelt, zelfs nadat de raadsman in de loop van het verhoor aan de rechter-commissaris heeft meegedeeld dat die vraag niet wordt gesteld? Wat als de raadsman om deze of andere redenen bijvoorbeeld wel de thema's voor het verhoor wil opgeven, maar zijn vragenlijst niet op voorhand met de rechter wil delen? Wat is dan rechtens?

Lees verder:

Print Friendly and PDF