'De grote boze wolf aan de deur: een verhaal over de Commissie, haar inspectiebevoegdheden en het huisrecht'

Deze bijdrage gaat nader in op de discussie rondom de verregaande bevoegdheden (zonder rechterlijke machtiging) van de Europese Commissie om in mededingingsrechtelijke procedures een bedrijfsinspectie uit te voeren (artikel 20 Vo. (EG) 1/2003) en de vraag of deze bevoegdheid niet in strijd is met het huisrecht (artikel 7 Handvest en artikel 8 EVRM). Dit mede naar aanleiding van de recente uitspraak van het Hof van Justitie inzake Deutsche Bahn waarin opnieuw de inspectiebevoegdheden van de Commissie niet in strijd geacht werden met het huisrecht. Hiertoe is eerst onderzocht of het Hof van Justitie gebonden is aan het EVRM en de rechtspraak van het EHRM. Daarna worden de bevoegdheden van de Commissie tijdens een bedrijfsinspectie uiteengezet. Aan de hand van een aantal zaken van het EHRM worden de waarborgen besproken die moeten bestaan rondom een bedrijfsinspectie om de verenigbaarheid met het huisrecht uit artikel 8 EVRM te verzekeren. Tot slot worden de waarborgen ten tijde van een bedrijfsinspectie door de Commissie met de waarborgen zoals het EHRM heeft ontwikkeld in zijn jurisprudentie vergeleken. Geconcludeerd wordt dat, hoewel er een kanttekening valt te maken bij de inperking van de rechterlijke toetsingsmogelijkheden, een beperking van het huisrecht bij de handhaving van de EU-mededingingsregels door de Commissie gerechtvaardigd is en de discussie hierover derhalve een storm in een glas water is.

Lees verder:

 

Print Friendly and PDF