De EU-Richtlijn over het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures

Op 28 mei jl. is in Brussel een historisch akkoord bereikt over de EU-Richtlijn over het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en het recht op communicatie bij aanhouding.

Historisch dat het ervan gekomen is, want het is een moeizame bevalling geweest waarbij halverwege voor het leven gevreesd werd van deze derde boreling van de EU-Routekaart inzake procedurele rechten (PbEU 2009, C 295). De eerste twee richtlijnen van de Routekaart, over het recht op vertolking en vertaling (Richtlijn 2010/64/EU) en het recht op informatie in strafzaken (Richtlijn 2012/13/EU) kwamen relatief gemakkelijk tot stand. Het ging dan ook niet echt over controversiële onderwerpen.

Dat lag anders bij het recht op toegang tot een advocaat, niet in de laatste plaats vanwege de financiële repercussies die een EU-brede minimumregeling in tijden van financiële crisis voor de lidstaten heeft. De gefinancierde rechtsbijstand, legal aid, werd dan ook in een vroeg stadium ontkoppeld van het voorstel, omdat men vreesde het anders helemaal niet eens te kunnen worden. Over legal aid wordt nog een separate regeling verwacht. Daarnaast bevat de richtlijn bepalingen over de communicatie met familie, werkgever en consulaire autoriteiten indien de verdachte van zijn vrijheid is beroofd.

Lees verder:

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF