Column: Hoogste bedrag ooit toegekend in internationale arbitrage geschiedenis | Yukos vs. Rusland

Door Lizette Vosman (Knoops’ Advocaten)

Ondanks de zomerperiode hebben de internationale rechters niet stilgezeten en ook voor bepaalde staten was het alles behalve een rustige zomer. Zo is Rusland zowel door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) als het Permanent Hof van Arbitrage (PHA) veroordeeld tot het betalen van miljarden euro’s aan schadevergoedingen. Op 18 juli 2014 deed een driekoppig tribunaal onder de auspiciën van het PHA uitspraak in het geschil tussen de voormalig aandeelhouders van het olieconcern Yukos en Rusland. Diezelfde week is Rusland eveneens veroordeeld door het EHRM tot het betalen van een ongekend hoge schadevergoeding van ongeveer 1,9 miljard euro aan de aandeelhouders van Yukos.

Nu doet het relatief onbekende PHA niet vaak een uitspraak, dus eerst even een korte uitleg over dit bijzondere Hof. Tijdens de Eerste Haagse Vredes- conferentie van 1899 is het Permanent Hof van Arbitrage opgericht. Het PHA werd gehuisvest in het toen nog te bouwen Vredespaleis in Den Haag. In tegenstelling tot het Internationale Gerechtshof kunnen niet alleen staten, maar ook particulieren bedrijven, individuen en organisaties naar het PHA om geschillen met een staat op te lossen.

Terug naar de arbitragezaak. Op 25 oktober 2003 werd Mikhail Khodorkovsky, CEO van Yukos, destijds een van de grootste oliebedrijven ter wereld, aangehouden op verdenking van verduistering en belastingontduiking. In 2005 werd hij veroordeeld tot een lange gevangenisstraf en vorig jaar december kreeg hij amnestie van president Putin. De voormalig aandeelhouders van Yukos legden hun geschil voor aan het PHA omdat zij van mening waren dat Rusland zijn verplichtingen onder het Verdrag inzake het Energiehandvest (Energy Charter), een multilateraal verdrag voor grensoverschrijdende samenwerking in de energiesector, had geschonden. Rusland zou in de periode 2003-2007 verschillende maatregelen hebben genomen jegens Yukos, waaronder het heffen van massale belastingen, het opleggen van boetes, het bevriezen van tegoeden en het verkopen van bedrijfsonderdelen waardoor Yukos uiteindelijk failliet ging. Vervolgens werd het genationaliseerd en grotendeels verkocht aan staatsbedrijf Rosneft, dit in strijd met het Ener- giehandvest. De aandeelhouders eisten daarom een schadevergoeding van ruim 100 miljard dollar. Het Energiehandvest voorziet in de mogelijkheid om geschillen te onderwerpen aan internationale arbitrage.

Negen jaar later oordeelde het PHA in een ruim 600 pagina tellend vonnis dat Rusland zich schuldig heeft gemaakt aan schending van artikel 13 van het Energiehandvest en daarom ruim vijftig miljard dollar (37,2 miljard euro) aan schadevergoeding moet betalen.[1] Het hoogste arbitragebedrag dat ooit is vastgesteld. Het PHA oordeelde dat “the primary objective of the Russian Federation was not to collect taxes but rather to bankrupt Yukos and appropriate its valuable assets.”[2] Het PHA was niet bang om ferme woorden te gebruiken in haar vonnis: “Yukos was the object of a series of politically-motivated attacks by the Russian authorities that eventually led to its destruction(…)[3] En: “Rather the Russian court proceedings, and most egregiously, the second trial and second sentencing of Messrs. Khodorkovsky and Lebedev on the creative legal theory of their theft of Yukos’ oil production, indicate that Russian courts bent to the will of Russian executive authorities to bankrupt Yukos, assign its assets to a State controlled company, and incarcerate a man who gave signs of becoming a political competitor.”[4]

De vraag is wat deze historische uitspraak voor consequenties kan hebben. Rusland heeft al laten weten het niet eens te zijn met de beslissing nu het politiek zou zijn ingegeven, de beslissing partijdig zou zijn en het PHA daarnaast geen jurisdictie zou hebben over het geschil. Alhoewel het vonnis van het PHA bindend en direct uitvoerbaar is, in alle landen die partij zijn bij het New York Verdrag over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken uit 1958, is het mogelijk voor Rusland om de uitspraak op procedurele gronden aan te vechten in het land waar de arbitrage plaatsvond. Rusland zou de zaak aan de Nederlandse rechtbanken kunnen voorleggen. Het is dus mogelijk dat een aantal  Nederlandse rechters zich binnenkort zal moeten gaan buigen over de vraag of er sprake was van een eerlijk proces of vragen over jurisdictie.

Naast de juridische gevolgen heeft de uitspraak ook grote financiële gevolgen voor Rusland, die nu al fors wordt getroffen door de economische sancties. Het schadevergoedingsbedrag is ongeveer 2,5 procent van het bruto binnenlands product van Rusland. Er wordt zelfs gezegd dat de schadevergoeding van het EHRM en het PHA tezamen evenveel zijn als de totale uitgaven van Rusland voor de Olympische winterspelen in Sochi.

De beslissing bevestigt in ieder geval dat internationale arbitrage kan dienen als mogelijkheid voor bedrijven om verlies van hun eigendom aan te vechten, zelfs tegen grote supermachten als Rusland. Daarbij dient wel te worden opgemerkt dat het nog tientallen jaren kan duren voordat de voormalig aandeelhouders van Yukos (een deel van) hun geld krijgen. Als Rusland weigert te betalen zullen zij over de hele wereld rechtszaken aanspannen tegen bezittingen van Rusland.



[1] Artikel 13 lid 1: “Investeringen van investeerders van een Verdragsluitende Partij op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij mogen niet worden genationaliseerd, onteigend of onderworpen aan maatregelen met een soortgelijk effect als nationalisatie of onteigening, behalve wanneer de onteigening:

a. geschiedt in het algemeen belang;

b. niet discriminerend is;

c. geschiedt met inachtneming van een behoorlijke rechtsgang; en

d. gepaard gaat met de betaling van prompte, adequate en doeltreffende compensatie.

Die compensatie is gelijk aan de billijke marktwaarde van de onteigende investering op het tijdstip vlak voordat de onteigening of op handen zijnde onteigening zodanig bekend werd dat de investeringswaarde werd beïnvloed. Deze billijke marktwaarde wordt op verzoek van de investeerder berekend in een vrij inwisselbare valuta volgens de voor die valuta op de datum van de waardebepaling geldende marktwisselkoers. De compensatie omvat tevens rente over de periode tussen de onteigenings- en de betalingsdatum, welke berekend wordt tegen een commercieel, op marktbasis vastgesteld tarief.”

[3] Ibid, p. 401.

[4] Ibid, p. 498.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF