Cel- en werkstraffen geëist voor faillissementsfraude

Tijdens de themazitting faillissementsfraude gisteren stonden vijf verdachten terecht en werden zowel cel- als werkstraffen geëist.

De eerste verdachte, een 32-jarige man uit Vleuten, zou niet geweten hebben dat hij een kasboek bij moest houden. Hij verklaarde op de zitting verkoper te zijn en geen administrateur. Een boekhouder kon hij zich niet veroorloven. De officier van justitie eiste tegen hem een werkstraf van 80 uur.

Eenzelfde straf hoorde een 33-jarige vrouw uit Soest tegen zich eisen. Zij had een kledingwinkel en haar man deed de administratie. Na hun scheiding had ze zoveel aan haar hoofd dat ze naliet de administratie te doen en eigenlijk zag ze daar ook geen kwaad in. Zodoende was er geen inzicht in de bedrijfsvoering op het moment dat de winkel failliet ging.

Anders is het met de 42-jarige bouwondernemer uit Vleuten, die vlak voor het faillissement voor grote bedragen bestellingen plaatste. Na het faillissement waren de goederen weg en niet betaald. De administratie ontbrak of was niet volledig. Bovendien had de man met vervalste documenten een lening afgesloten voor 10.000 euro. Zijn verklaring op de zitting bracht weinig duidelijkheid. De bestellingen waren achter zijn rug om door twee anderen gedaan. Deze twee, die het werk zouden binnenhalen, waren echter niet te traceren. Wat hiervan waar zij, de officier van justitie hield de man als enig bestuurder van de BV - "een lege BV, zonder vermogen, werk of voorraad"- verantwoordelijk en eiste vier maanden celstraf waarvan twee voorwaardelijk.

Tenslotte stonden er twee ondernemers van 47 en 56 jaar terecht. Hen werd samen bedrieglijke bankbreuk verweten. Voor het faillissement van hun bedrijf in Houten in april 2012 zouden zij het grootste deel van hun activa voor een laag bedrag hebben verkocht. Bovendien was er geen of geen volledig administratie aangeleverd aan de curator. Datzelfde gold ook ten aanzien van een ander bedrijf van de 47-jarige man, dat in januari 2013 failliet ging. Tegen deze verdachte eiste de officier zes maanden celstraf waarvan twee voorwaardelijk; tegen de 56-jarige man een celstraf van vier maanden waarvan twee voorwaardelijk. De rechtbank doet over twee weken uitspraak.

Bron: OM

Print Friendly and PDF