Cel- en taakstraffen voor oplichting van zorgverzekeraar met PGB-gelden

De rechtbank Oost-Brabant heeft een 29-jarige vrouw uit Boxtel veroordeeld voor jarenlange oplichting van de zorgverzekeraar waarvoor zij werkte. De vrouw krijgt hiervoor een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk. Een 25-jarige man en een 28-jarige vrouw uit Boxtel zijn voor hun aandeel in de oplichting veroordeeld tot taakstraffen van respectievelijk 240 en 180 uur. Ook legt de rechtbank hen een voorwaardelijke celstraf van 3 maanden op.

Tussen september 2009 en september 2014 manipuleerde de 29-jarige vrouw de systemen van de zorgverzekeraar zodanig dat haar werkgever bijna 350.000 euro aan onterechte PGB-gelden overmaakte naar haar vrienden. Deze gelden zijn voor mensen die in aanmerking komen voor een persoonsgebonden budget (PGB) vanwege ziekte, een handicap of ouderdom. De vrouw bracht niet-bestaande indicaties in in 4 dossiers, waarbij zij de persoonsgegevens en bankgegevens van personen uit haar kennissenkring invoerde. Verder manipuleerde zij het systeem en heeft ze zelf formulieren ingevuld, geprint en/of gescand. Zo omzeilde ze de voorgeschreven administratieve controle telkens zodat haar collega’s niets van haar handelen hebben meegekregen. Uiteindelijk is in bijna 5 jaar tijd een bedrag van ongeveer 350.000 euro door de zorgverzekeraar overgemaakt naar de bankrekeningen van haar kennissen. 

De medeverdachten waren op de hoogte van de plannen van de vrouw om vanuit haar werk geld te laten uitkeren. Ze hebben hun bankrekening ter beschikkinggesteld en de bankgegevens aangeleverd bij de vrouw en deelden in de buit. De 25-jarige man opende hiervoor zelfs een nieuwe bankrekening. De 28-jarige vrouw maakte het geld over naar de hoofdverdachte of nam het geld op en gaf het contant aan haar. De rechtbank oordeelt dan ook dat er sprake was van een nauwe samenwerking bij de uitvoering van een door hen gezamenlijk gemaakt plan. De rechtbank spreekt 2 andere verdachten vrij van betrokkenheid bij de oplichting.

Malafide praktijken

De rechtbank rekent het de hoofdverdachte zwaar aan dat haar oplichtingshandelingen zich uitstrekten over een periode van bijna 5 jaar. Ook had zij een initiërende rol ten opzichte van de medeverdachten en stopte ze pas toen haar werkgever ingreep. Verder weegt mee dat de vrouw nietsvermoedende collega’s bij haar malafide praktijken heeft betrokken en dat zij bovendien het door haar werkgever en collega’s in haar gestelde vertrouwen op slinkse wijze heeft misbruikt. De 3 verdachten wilden op een snelle en gemakkelijke manier aan veel geld komen.

De rechtbank legt de verdachten een (deels) voorwaardelijke straf op om hen ervan te weerhouden opnieuw de fout in te gaan. De rechtbank koppelt er bij de hoofdverdachte bovendien een aantal bijzondere voorwaarden aan. Zo moet de vrouw meewerken aan diagnostiek en eventueel een hieruit voortvloeiende ambulante behandeling. Ook moet ze een cognitieve vaardigheidstraining volgen en medewerking verlenen aan bijvoorbeeld het sociale wijkteam of maatschappelijk werk. 

De 3 verdachten zijn met de zorgverzekeraar overeengekomen dat zij het totale schadebedrag van bijna 350.000 euro zullen terugbetalen. Vanaf maart 2016 betalen zij maandelijks een bedrag aan de zorgverzekeraar. Daarom wijst de rechtbank de ontnemingsvorderingen van de officier van justitie af.

 

Bron: de Rechtspraak

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF