'Boetes en andere bestraffende sancties: een nieuw perspectief?'

Dit jaar staan op de jaarvergadering van de VAR, op 23 mei a.s., bestraffende sancties centraal. Daarvoor bestaat alle reden. Waar oplegging van bestraffende sancties als reactie op overtredingen in het verleden uitsluitend het domein was van de strafrechter, is de verhouding tussen het bestuursrecht en het strafrecht de afgelopen twee decennia zeer ingrijpend veranderd. Sinds het midden van de jaren negentig heeft handhaving van regelgeving door middel van het bestraffend bestuursrecht een belangrijke en zelfstandige positie ingenomen naast de strafrechtelijke handhaving.

Eerst bij de aanpak van verkeersovertredingen (de Wet Mulder), via de aanpak van ‘kleine ergernissen’ in het publiek domein en de introductie van de boete in het sociale zekerheidsrecht, op tal van andere terreinen. In het streven naar opheffing van destijds geconstateerde handhavingstekorten, is er een groot (en nog altijd groeiend) aantal wettelijke regelingen tot stand gekomen waarin bestuursorganen de bevoegdheid krijgen om aan burgers boetes op te leggen. De waarborgen rondom oplegging van bestraffende sancties en bestuurlijke boetes zijn inmiddels al weer bijna vijf jaar, sinds 1 juli 2009, opgenomen in hoofdstuk 5 van de Awb (artikelen 5:40-5:54).

Lees verder:

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF