Bevoegdheid Procureur-Generaal tot ambtshalve nader onderzoek voorafgaand aan nadere conclusie a.b.i. Wet hervorming herziening ten voordele

HR 2 oktober 2012, LJN BX6402 Essentie

In het licht van de recent ingetreden Wet hervorming herziening ten voordele, wordt de Procureur-Generaal in de gelegenheid gesteld om ambtshalve, a.b.i. art. 468 lid 2 Sv, onderzoek in te stellen alvorens een nadere conclusie te vormen met betrekking tot de aanvraag tot herziening.

Aanvraag tot herziening

De aanvraag berust op de stelling dat sprake is van feiten en omstandigheden die de rechter bij het onderzoek ter terechtzitting in feitelijke instantie niet zijn gebleken en die in verband met de destijds geleverde bewijzen alsook op zichzelf onverenigbaar zijn met voormelde uitspraak, in die zin dat waren zij indertijd aan de rechter bekend geweest, zij hetzij tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in zijn vervolging zouden hebben geleid, hetzij tot vrijspraak van de aanvrager van het hem tenlastegelegde, hetzij tot toepassing van minder zware strafbepalingen.

Voorafgaande beschouwingen

Voorafgaand aan de beoordeling van de aanvraag merkt de Hoge Raad op dat na de aanvraag tot herziening bij de Hoge Raad op 18 april 2011, de Wet hervorming herziening ten voordele, tot stand is gekomen en in werking getreden op 1 oktober 2012. Sindsdien zijn de volgende bepalingen van kracht: artt. 457, 461, 462, 463, 464, 465, 466, 467, 468, 469, 470 Sv.

Tevens wordt een korte inhoud van de wetsgeschiedenis weergegeven:

"Volgens de voorgestelde regeling krijgt de procureur-generaal bij de Hoge Raad de mogelijkheid ambtshalve of op verzoek van de raadsman van de gewezen verdachte, een nader onderzoek te entameren in die gevallen waarin er gerede twijfel mogelijk is over de juistheid van de inhoudelijke beslissing in de afgesloten strafzaak, maar er nog niet voldoende materiaal beschikbaar is om te kunnen beoordelen of de herzieningsaanvraag gegrond is. Dat nader onderzoek kan in twee verschillende fasen van het herzieningsproces plaatsvinden:

  • In bepaalde gevallen kan een gewezen verdachte, nog voordat hij een herzieningsaanvraag bij de Hoge Raad indient, door middel van zijn raadsman een verzoek doen tot een nader onderzoek ter voorbereiding van een herzieningsaanvraag.
  • Ook kan onderzoek plaatsvinden wanneer na indiening van de herzieningsaanvraag onduidelijkheid bestaat over de gegrondheid van de aanvraag."

Vervolgens geeft de Hoge Raad een korte uitleg bij de artikelen. Ingevolge de art. 461-464 Sv is de gewezen verdachte in de daar genoemde gevallen bevoegd om ter voorbereiding van een herzieningsaanvraag aan de Procureur-Generaal te doen verzoeken een nader onderzoek in te stellen naar de aanwezigheid van een grond voor herziening als bedoeld in art. 457, eerste lid onder c, Sv (het zogenoemde novum).

Uit art. 468, tweede lid, Sv volgt dat de Procureur-Generaal bevoegd is om voorafgaand aan zijn conclusie ambtshalve een nader onderzoek als evenbedoeld in te stellen en het advies van vorenbedoelde commissie in te winnen.

Art. 469, eerste lid, Sv heeft betrekking op gevallen waarin de Hoge Raad het in het kader van de beoordeling van een bij hem aangebrachte herzieningsaanvraag noodzakelijk acht dat door de Procureur-Generaal een nader onderzoek wordt ingesteld zoals omschreven in art. 461 en art. 463 Sv dan wel advies wordt ingewonnen bij de bovengenoemde adviescommissie.

Voormelde wet bevat geen bepalingen inzake het overgangsrecht. De Procureur-Generaal is vanaf de inwerkingtreding van de wet op 1 oktober 2012 bevoegd om voorafgaand aan het nemen van een (aanvullende) conclusie een nader onderzoek in te stellen.

Beoordeling aanvraag

De AG is van oordeel dat nader onderzoek ingesteld dient te worden ter beoordeling van de inhoud van het overgelegde materiaal. Een dergelijk onderzoek zou in het licht van de Wet kunnen worden opgedragen aan de procureur-generaal bij de Hoge Raad (art. 469 Sv) waarna hem de mogelijkheden van art. 463 Sv ten dienste staan.

De Hoge Raad volgt het bovenstaand advies en stelt de AG in de gelegenheid alsnog een standpunt te ontwikkelen m.b.t. de gegrondheid van de aanvraag, voorafgegaan door nader onderzoek als bedoeld in art. 468 lid 2 Sv voor zover noodzakelijk.

Beslissing

Verwijst de zaak naar de rolzitting.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

 

Door Mirjam Levy

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF