Betekening appeldagvaarding

Hoge Raad 28 augustus 2012, LJN BX4491


Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft verdachte bij verstek veroordeeld. Namens verdachte is beroep in cassatie ingesteld. 

Het middel klaagt dat over het oordeel van het hof dat de appeldagvaarding geldig is betekend. 

Uit de stukken die tot het geding behoren blijkt het volgende. De appèldagvaarding is op 1 februari 2010 rechtsgeldig na controle in de Verwijsindex Personen aan de (waarnemend) griffier van de rechtbank uitgereikt, omdat van verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is. Voorts is blijkens vermelding op de akte de appèldagvaarding diezelfde dag als gewone brief verzonden naar verdachtes adres in België, zoals vermeld in het GBA als zijnde verdachtes adres sinds 15 januari 2008. Op de akte instellen hoger beroep van 4 juni 2009, inhoudende een door de raadsman namens verdachte ingesteld hoger beroep, staat met een gebruikelijke afkorting vermeld dat verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats hier te lande heeft en dat hij domicilie kiest ten kantore van zijn raadsman. 

Ten aanzien van de vraag of een afschrift van de appèldagvaarding naar dat kantooradres is verzonden, bevindt zich in het dossier enkel een handgeschreven aantekening op één van de afschriften van de dagvaarding, inhoudende "Dagvaarding per gewone post verzonden d.d. 1-2-'10" met daaronder een krabbel ten aanzien waarvan niet blijkt door wie deze gezet is. 

Hoge Raad

Voor zover het middel klaagt dat de dagvaarding in hoger beroep niet bij aangetekende brief is verzonden aan het adres van de verdachte in België, geeft het blijk van miskenning van art. 5 lid 1 van de EU-Rechtshulpovereenkomst. 

Voor zover het middel klaagt dat die dagvaarding ook niet als gewone brief aan de verdachte is verzonden, mist het feitelijke grondslag. 

Tot de stukken van het geding behoorde een akte van uitreiking, behorend bij een dubbel van de dagvaarding in hoger beroep, inhoudende dat die dagvaarding is uitgereikt op de wijze zoals voorgeschreven in art. 588, derde lid onder c, Sv "omdat van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is", alsmede dat deze dagvaarding door het Openbaar Ministerie als gewone brief is verzonden naar het adres van de verdachte in België. 

Het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het Hof dat de appeldagvaarding rechtsgeldig is betekend, geeft derhalve niet blijk van een onjuiste toepassing van art. 588 lid 2 Sv en art. 5 lid 1 van de EU-Rechtshulpovereenkomst.

Anders dan de AG Vegter is de Hoge Raad van oordeel dat het middel geen klacht bevat met betrekking tot de naleving van art. 588a Sv.  

Het middel faalt. 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF