Beperking omvang hoger beroep

Hoge Raad 24 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:710

Bij inleidende dagvaarding in de zaak met parketnummer 03/700185-10 zijn aan de verdachte drie feiten ten laste gelegd (witwassen, het telen van hennep en het voorhanden hebben van revolvers en munitie). Voorts is bij inleidende dagvaarding in de zaak met parketnummer 03/530392-09 aan de verdachte nog een feit ten laste gelegd (het aanwezig hebben van hennep).

Het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg van 28 juni 2010 vermeldt in de aanhef “Parketnummers: 03/700185-10; 03/530392-09 (ttzgev)” en houdt voorts onder meer het volgende in:

“De raadsman van verdachte deelt mede dat hij twee dagvaardingen aangaande zijn cliënt heeft ontvangen, maar dat het lijkt alsof de officier van justitie slechts één dagvaarding heeft voorgedragen.

De voorzitter deelt mede dat de rechtbank net als de raadsman twee dagvaardingen heeft, elk met een ander parketnummer.

De officier van justitie deelt mede:

Ik heb beide tenlasteleggingen voorgedragen. (…)

De rechtbank deelt bij monde van de voorzitter mede - zakelijk weergegeven -: (…) De rechtbank beveelt de voeging van de onder bovengenoemde parketnummers afzonderlijke aangebrachte zaken.”

De oproeping voor de terechtzitting in eerste aanleg van 8 september 2010 maakt enkel melding van parketnummer 03/700185-10, terwijl het proces-verbaal van die terechtzitting in de aanhef “Parketnummers: 03/700185-10; 03/530392-09 (ttzgev)” vermeldt.

De rechtbank heeft bij vonnis van 22 september 2010 de verdachte in de zaak met 03/700185-10 wegens 1. “witwassen”, 2. “opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel” en 3. “handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd” en in de zaak met parketnummer 03/530392-09 wegens “opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren.

De akte rechtsmiddel vermeldt, voor zover hier van belang, het volgende:

“Parketnummer 03/700185-10 (…)

Op 28 september 2010 kwam ter griffie van deze rechtbank

mr. T. Boumans

advocaat te Heerlen

die verklaarde door na te noemen persoon bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd tot het afleggen van de volgende verklaring,

en verklaarde namens

naam [verdachte]

voornamen [verdachte]

(…) Beroep in te stellen tegen het eindvonnis d.d. 22 september 2010 alsmede tegen het/de tussenvonnis(sen) in de zaak tegen [verdachte] met bovenvermeld parketnummer gewezen door de Meervoudige kamer in deze rechtbank.”

Op de terechtzitting in hoger beroep van 9 december 2011 is de verdachte zelf niet verschenen maar is wel een gemachtigde raadsman (mr. J.M.J.H. Coumans, advocaat te Amsterdam) aanwezig. Het proces-verbaal van die terechtzitting houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:

“De raadsman wordt onmiddellijk na de voordracht van de advocaat-generaal in de gelegenheid gesteld mondeling de bezwaren van verdachte, die hoger beroep heeft ingesteld, tegen het vonnis op te geven.

De raadsman deelt mede dat het appel zich niet richt tegen het onder parketnummer 03-700185-10 ten laste gelegde. Het hoger beroep moet, aldus de raadsman, worden begrepen als uitdrukkelijk te zijn beperkt tot de veroordeling ter zake van hetgeen aan de verdachte onder parketnummer 03-530392-09 is ten laste gelegd. De raadsman geeft op dat verdachte meent ten onrechte te zijn veroordeeld en bepleit subsidiair dat verdachte de straf te zwaar acht. (…)

De advocaat-generaal voert het woord en rekwireert als volgt:

De raadsman heeft het hoger beroep beperkt, met dien verstande dat het hoger beroep zich alleen richt tegen het onder parketnummer 03-530392-09 ten laste gelegde. (…) Ik vorder dat uw hof primair het onder parketnummer 03-530392-09 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden. Voorts vorder ik dat uw hof op de voet van het bepaalde in artikel 423, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering de straf voor de bij inleidende dagvaarding met parketnummer 03-700185-10 ten laste gelegde en door de eerste rechter bewezen verklaarde feiten zal bepalen op een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden.

Het hof heeft het onderzoek ter terechtzitting bij tussenarrest van 23 december 2011 heropend. In dit tussenarrest heeft het hof onder “omvang van het hoger beroep” het volgende overwogen:

“Het hoger beroep moet, blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, worden begrepen als uitdrukkelijk te zijn beperkt tot de veroordeling ter zake van hetgeen aan de verdachte onder parketnummer 03-530392-09 is ten laste gelegd. Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.”

Op de terechtzitting in hoger beroep van 18 april 2012 is de verdachte zelf niet verschenen maar is wel een gemachtigde raadsman (mr. Coumans), aanwezig. Het proces-verbaal van die terechtzitting houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:

“De raadsman deelt desgevraagd als volgt mede:

Het hoger beroep moet nog steeds worden begrepen als uitdrukkelijk te zijn beperkt tot de veroordeling ter zake van hetgeen aan de verdachte onder parketnummer 03-530392-09 is ten laste gelegd. Verdachte meent ten onrechte te zijn veroordeeld en bepleit subsidiair dat hij de straf te zwaar acht. De stukken zijn op de terechtzitting van 9 december 2011 afdoende voorgehouden. (…)

De advocaat-generaal voert als volgt het woord tot requisitoir.

(…) Ik vorder dat uw hof het onder parketnummer 03-530392-09 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden. Voorts vorder ik dat uw hof op de voet van het bepaalde in artikel 423, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering de straf voor de bij inleidende dagvaarding met parketnummer 03-700185-10 ten laste gelegde en door de eerste rechter bewezen verklaarde feiten zal bepalen op een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden.”

Het hof heeft de verdachte bij arrest van 2 mei 2012 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden in de zaak met parketnummer 03/530392-09 wegens opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. Voorts heeft het hof de aan de verdachte opgelegde straf voor de - niet aan zijn oordeel onderworpen - feiten in de zaak met parketnummer 03/700185-10 bepaald op een gevangenisstraf voor de duur van zestien maanden.

Het hof heeft in dit arrest onder “omvang van het hoger beroep” het volgende overwogen:

“Het hoger beroep moet, blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, worden begrepen als uitdrukkelijk te zijn beperkt tot de veroordeling ter zake van hetgeen aan de verdachte onder parketnummer 03-530392-09 is ten laste gelegd. Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.”

Middel

Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte de omvang van het hoger beroep heeft beperkt tot de beslissingen in de zaak met parketnummer 03-530392-09 en ten onrechte toepassing heeft gegeven aan art. 423, vierde lid, Sv ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 03-700185-10 tenlastegelegde.

Beoordeling Hoge Raad

Uit de appelakte, die inhoudt dat beroep wordt ingesteld tegen "het eindvonnis d.d. 22 september 2010", kan bezwaarlijk anders volgen dan dat het hoger beroep onbeperkt is ingesteld. Het Hof heeft derhalve ten onrechte het appel opgevat "als uitdrukkelijk te zijn beperkt tot de veroordeling ter zake van hetgeen aan de verdachte onder parketnummer 03-530392-09 is ten laste gelegd", en heeft voorts ten onrechte "overeenkomstig het bepaalde in artikel 423, lid 4, van het Wetboek van Strafvordering, de straf voor het niet aan zijn oordeel onderworpen, door de rechtbank onder parketnummer 03-700185-10 bewezenverklaarde" bepaald. Het middel klaagt daarover terecht.

De gegrondheid van het middel leidt nochtans niet tot cassatie nu namens de verdachte bij de behandeling van de zaak door het Hof tot tweemaal toe is medegedeeld dat het beroep moet worden begrepen "als uitdrukkelijk te zijn beperkt tot de veroordeling ter zake van hetgeen aan de verdachte onder parketnummer 03-530392-09 is ten laste gelegd", waaruit moet worden afgeleid dat hij zich kennelijk niet geschaad heeft gevoeld door 's Hofs beperkte uitleg van het appel.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF