Belangenafweging bij geheimhouding van stukken op grond van art 8:27 Awb

Rechtbank Breda 28 januari 2013, LJN BZ3190

Essentie

De inspecteur heeft aan de rechtbank stukken overgelegd die zien op het zogenaamde project “Derde categorie” en daarbij een beroep op geheimhouding in de zin van artikel 8:29 van de Awb gedaan. De geheimhoudingskamer van de rechtbank draagt in een tussenuitspraak de inspecteur op enkele gedeelten van de stukken alsnog openbaar te maken. Voor het overige is de geheimhoudingskamer van oordeel dat het beroep op beperkte kennisneming gerechtvaardigd is.

Samenvatting

De inspecteur heeft aan belanghebbende voor verschillende jaren navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd, alsmede navorderingsaanslagen vermogensbelasting. Daarnaast heeft de inspecteur bij afzonderlijke beschikkingen heffingsrente in rekening gebracht en vergrijpboetes opgelegd.

De rechtbank heeft op 26 april 2012 van de inspecteur de bijlagen bij het verweerschrift ontvangen. In de bijlagen zijn stukken opgenomen die onderdeel vormen van het project van de Belastingdienst genaamd “Derde Categorie”. Dit project vindt zijn oorsprong in door de Belastingdienst ontvangen informatie van een tipgever. De ontvangen informatie zou betrekking hebben op Nederlandse belastingplichtigen met banktegoeden en effectenportefeuilles in het buitenland.

De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:29 Awb kennis genomen van de inhoud van de stukken en heeft deze onderworpen aan een afweging van het belang van belanghebbende bij onbeperkte kennisneming daarvan en het belang van de inspecteur om aan die kennisneming beperkingen (geheimhouding) te stellen.

Slechts indien naar het oordeel van de rechtbank de door de inspecteur aangevoerde redenen aanzienlijk zwaarder wegen dan het belang van belanghebbende, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een gerechtvaardigd belang van de inspecteur bij geheimhouding.

Belanghebbende heeft gevraagd om openbaarmaking van de stukken. De inspecteur heeft dit geweigerd en heeft daartoe de volgende redenen aangevoerd:

  1. het belang van de privacy van de tipgever; 
  2. het belang van de privacy van derden; 
  3. het belang van de privacy van medewerkers van de Belastingdienst; 
  4. het belang van de Belastingdienst bij een effectieve controle en controlestrategie, waaronder begrepen een effectieve en efficiënte interne werkwijze; 
  5. het staatsbelang; 
  6. het belang dat de Belastingdienst heeft bij de vertrouwelijkheid van intern advies. 

Hiertoe heeft de rechtbank het volgende besloten:

Naam bank 

De rechtbank overweegt vooraf het volgende. De inspecteur heeft in de stukken telkens de naam van de betreffende bank geschoond. Uit het geschoonde procesdossier blijkt echter duidelijk dat partijen bekend zijn met het standpunt van de inspecteur dat belanghebbende een rekening aanhoudt of heeft aangehouden bij de Rabobank Luxembourg S.A. De rechtbank ziet dan ook geen reden deze naam in de stukken geheim te houden.

Privacy ambtenaren 

Voor zover in de stukken de namen van ambtenaren zijn geschoond, overweegt de rechtbank het volgende. Belanghebbende heeft gesteld dat hij openbaarmaking van deze namen wenst, zodat hij de mogelijkheid heeft de personen op te oproepen als getuige. De rechtbank is van oordeel dat het belang van de privacy van de medewerkers aanzienlijk zwaarder weegt dan dit belang van belanghebbende. De rechtbank overweegt daarbij dat de namen van de ambtenaren in de stukken veelal zijn vervangen door de letters “NN” met een getal, zodat reeds op die grond de betreffende ambtenaren voldoende individualiseerbaar zijn. De belangen van belanghebbende zijn hiermee naar het oordeel van de rechtbank in voldoende mate gewaarborgd.

Jaartallen 

Voor zover in de stukken data en/of jaartallen worden genoemd, is de rechtbank van oordeel dat geheimhouding daarvan gerechtvaardigd is. Op het geschoonde Excel-sheet dat aan belanghebbende is verstrekt, staat het jaartal 1996 genoemd. Belanghebbende is met dit jaartal dus reeds bekend. De rechtbank is van oordeel dat het belang dat de inspecteur heeft bij geheimhouding van de overige data en/of jaartallen in de stukken, zoals het tegengaan van eventueel calculerend gedrag door andere belastingplichtigen, prevaleert boven het belang dat belanghebbende heeft bij openbaarmaking daarvan.

Privacy tipgever 

De inspecteur heeft uitvoerig en herhaaldelijk gesteld dat de naam van de tipgever niet bekend kan worden gemaakt noch de identiteit van de tipgever moet kunnen worden herleid ter voorkoming van eventuele represailles. Bovendien zou bekendmaking potentiële tipgevers kunnen doen besluiten om geen gegevens meer aan de belastingdienst te doen toekomen. Het is dan ook, aldus de inspecteur, in het belang van de Staat dat de identiteit van van de tipgever geheim blijft. De rechtbank erkent deze belangen van de tipgever en van de Staat. Belanghebbende heeft gesteld dat hij de naam van de tipgever wenst te kennen, zodat hij hem eventueel kan horen als getuige en de betrouwbaarheid kan verifiëren. De rechtbank is van oordeel dat het belang van de privacy van de tipgever aanzienlijk zwaarder weegt dan dit belang van belanghebbende. De rechtbank overweegt daarbij dat de inspecteur de mogelijkheid heeft opengelaten om de tipgever anoniem te horen.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF