Beklag tegen inbeslagneming ex artikel 552a Sv: eisen dat zekerheid wordt gesteld voor gehele waarde beslagene, terwijl ontnemingsvordering lager is, is niet toegestaan

Rechtbank Amsterdam 22 juli 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:5386 Klager wordt ervan verdacht gedurende de periode 1 januari 2014 t/m 20 maart 2015 in verdovende middelen, te weten heroïne en cocaïne, te hebben gehandeld.

Er is vervolgens met machtiging van de rechter-commissaris conservatoir beslag gelegd tot bewaring van het recht van verhaal voor de voor voornoemd misdrijf op te leggen geldboete en een naar aanleiding van voornoemd misdrijf door de rechter op te leggen verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van het door verdachte wederrechtelijk verkregen voordeel, tot een maximum bedrag van €4.764. Hierbij is een auto, VW Polo, en een geldbedrag van €682,70 in beslag genomen.

Het klaagschrift ex artikel 552a Sv strekt tot teruggave van de auto.

Standpunt verdediging

Klager heeft aangeboden in ruil voor de auto zekerheid te willen stellen. Ten onrechte heeft de Landelijke Autoriteit aangegeven dat zekerheid gesteld zou moeten worden tot het bedrag van de getaxeerde waarde van de auto en niet slechts tot het bedrag van het conservatoir beslag. Omdat ook conservatoir beslag is gelegd op een geldbedrag van klager ter hoogte van €682,70, zou het bedrag van de zekerheidstelling €4.081,30 moeten bedragen. Klager verzoekt het beslag op de auto op te heffen, onder het bevel tot zekerheidstelling voor voornoemd bedrag.

De raadsvrouw van klager (Gwen Jansen, Gwen Jansen Advocatuur) heeft in raadkamer ter aanvulling op het klaagschrift aangevoerd dat de moeder van klager een lening heeft opgenomen zodat het geld klaar ligt om overgeboekt te worden.

Standpunt OM

De officier van justitie heeft verklaard zich niet te verzetten tegen teruggave van de in beslag genomen auto aan klager mits zekerheid wordt gesteld voor het bedrag van €9.550, zijnde de getaxeerde waarde van de auto. Mocht de zekerheid worden voldaan dan vervalt de grondslag voor het klaagschrift.

Beoordeling rechtbank

Niet in geschil is dat het belang van strafvordering bij handhaving van het beslag aanwezig kan worden geoordeeld. Immers, op grond van de zich thans in het dossier bevindende stukken en het verhandelde in raadkamer is het niet hoogst onwaarschijnlijk te achten dat de strafrechter, later oordelend, aan klager een geldboete zal opleggen dan wel in de ontnemingszaak aan klager de verplichting tot betaling aan de staat van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen.

De vraag is of voortzetting van het beslag, gelet op de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, gerechtvaardigd is nu klager heeft aangeboden zekerheid te stellen tot een bedrag van €4.081,30.

Art. 118a Sv biedt ingeval van conservatoir beslag de mogelijkheid van teruggave onder zekerheidsstelling. De vraag is of het door klager aangeboden bedrag toereikend is. De rechtbank is van oordeel dat dit het geval is. De rechter-commissaris heeft de machtiging tot het leggen van conservatoir beslag verleend tot een maximum bedrag van €4.764,00. Niet valt in te zien waarom de officier van justitie meer zekerheid zou mogen verlangen dan voornoemd bedrag. Nu voorts de officier van justitie in raadkamer heeft verklaard dat ook het inbeslaggenomen geldbedrag van €682,70 zal worden gebruikt ter voldoening van een op te leggen boete dan wel te betalen ontnemingsbedrag, heeft klager met het bedrag van €4.081,30 voldoende zekerheid aangeboden. Voortzetting van het beslag is onder die omstandigheden strijdig met de eis van subsidiariteit.

De rechtbank verklaart het beklag gegrond en gelast de teruggave van de inbeslaggenomen auto aan klager met ingang van het moment dat de Landelijke Beslag Autoriteit een bedrag van €4.081,30 als zekerheidsstelling van klager zal hebben ontvangen.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF