Beklag & beslag: motiveringsklacht OvJ slaagt

Hoge Raad 17 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:341

Feiten

Bij brief van 23 april 2014 heeft de raadsman van klager de OvJ verzocht om teruggave van een personenauto. Er kan vanuit worden uitgegaan dat het hier een op de voet van art. 94 Sv onder de klager in beslag genomen auto betreft. Toen de raadsman geen reactie op de brief ontving, heeft hij op 29 april 2014 een klaagschrift ex art. 552a Sv bij de Rechtbank ingediend en daarbij wederom verzocht om teruggave van - onder meer – dit voertuig.

Bij brief van 14 mei 2014 heeft het parket de raadsman bericht dat de auto niet werd teruggegeven, omdat de auto zou zijn omgekat. Deze mededeling werd niet onderbouwd. In het schriftelijk standpunt van de OvJ van 18 juni 2014 wordt verder niet gerept over de auto en wordt meegedeeld dat de inbeslagneming betrekking heeft op “helingsonderzoek naar navigatiesystemen”. Enkele dagen vóór de zitting van de raadkamer zijn door de OvJ nog wel stukken overgelegd, maar deze betreffen niet de auto.

Rechtbank

Gelet op deze gang van zaken concludeert de Rechtbank dat blijkbaar aan het strafvorderlijk belang aan teruggave van de auto aan klager niet in de weg staat.

De Rechtbank Oost-Brabant heeft bij beschikking van 27 juni 2014 het beklag van klager ex art. 552a Sv ten aanzien van de auto dan ook deels gegrond verklaard en teruggave van de personenauto aan klager gelast.

De bestreden beschikking houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

“De officier van justitie heeft zich ter zitting van de openbare raadkamer op het standpunt gesteld dat:

  • de administratie kan worden teruggegeven omdat deze kan worden gekopieerd;
  • de herkomst van het geld nog nader moet worden onderzocht;
  • er nog een onderzoek loopt naar de navigatiesystemen;
  • er momenteel geen stukken voorhanden zijn t.a.v. het omkatten,

en verzoekt derhalve om aanhouding, teneinde in de gelegenheid te worden gesteld om het onderhavige dossier aan te vullen met de noodzakelijke stukken. (…)

De beoordeling (…)

Ten aanzien van de in beslag genomen Volkswagen Polo stelt de rechtbank het volgende vast. Bij brief van 23 april 2014 heeft de raadsman van klager de officier van justitie verzocht om teruggave van dit voertuig. Toen de raadsman hierop geen reactie ontving, heeft hij op 29 april 2014 een klaagschrift bij de rechtbank ingediend en daarbij wederom verzocht om teruggave van - onder meer - de Volkswagen Polo. Bij brief van 14 mei 2014 heeft het parket de raadsman bericht dat de auto niet werd teruggegeven, omdat de auto zou zijn omgekat. Deze mededeling werd verder niet onderbouwd. In het schriftelijk standpunt van de officier van justitie van 18 juni 2014 wordt verder niet gerept over de Volkswagen Polo en wordt meegedeeld dat de inbeslagneming betrekking heeft op “helingsonderzoek naar navigatiesystemen”. Enkele dagen vóór de zitting van de raadkamer zijn door de officier van justitie nog wel stukken overgelegd, maar deze betreffen niet de Volkswagen Polo. Gelet op deze gang van zaken concludeert de rechtbank dat blijkbaar het strafvorderlijk belang teruggave van de auto aan klager niet in de weg staat. De rechtbank zal het beklag ten aanzien van de auto dan ook gegrond verklaren. (…)

DE BESLISSING

De rechtbank verklaart het bezwaarschrift gegrond en gelast de teruggave van

• een personenauto van het merk Volkswagen, type Polo, voorzien van buitenlands kenteken [0001]; (…)

aan [klager], beslagene. (…)”

Tegen deze beschikking is door de officier van justitie, mr. J.M. Kramer, cassatieberoep ingesteld.

Middel

Het middel klaagt dat de Rechtbank een onjuiste maatstaf heeft aangelegd bij haar beslissing tot gegrondverklaring van het beklag, althans dat dat oordeel ontoereikend is gemotiveerd. In de toelichting op het middel wordt aangevoerd dat er nog een onderzoek loopt naar de navigatiesystemen en er momenteel geen stukken voorhanden zijn t.a.v. het omkatten.

Het middel verzoekt derhalve om aanhouding, teneinde in de gelegenheid te worden gesteld om het onderhavige dossier aan te vullen met de noodzakelijke stukken.

Beoordeling Hoge Raad

De Rechtbank heeft het beklag gegrond verklaard en daartoe overwogen dat uit het handelen en nalaten van de OvJ met betrekking tot het beslag moet worden afgeleid dat "blijkbaar het strafvorderlijk belang teruggave van de auto aan klager niet in de weg staat". Mede in het licht van het door de OvJ gedane verzoek tot aanhouding van de behandeling van het klaagschrift teneinde het dossier te kunnen aanvullen met ontbrekende stukken, is dat oordeel niet zonder meer begrijpelijk, nu de Rechtbank niet ervan blijk heeft gegeven bij haar oordeel te hebben betrokken dat en waarom die gelegenheid niet kon worden geboden.

De motiveringsklacht slaagt.

De Hoge Raad vernietigt de bestreden beschikking, voor zover aan zijn oordeel onderworpen en wijst de zaak terug naar de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, opdat de zaak in zoverre op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF