Beantwoording Kamervragen over het gebruik van DNA uit ziekenhuizen voor opsporingsdoeleinden in strafzaken

Gisteren heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Schippers), mede namens de minister van Veiligheid en Justitie, een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin wordt geantwoord op de antwoorden van Kamerleden Leijten (SP), Kooiman (SP) en Van Gerven (SP) over het gebruik van DNA uit ziekenhuizen voor opsporingsdoeleinden in strafzaken.

Ten aanzien van de berichten over de uitbreiding van mogelijkheden voor justitie om in de toekomst DNA-materiaal te onderzoeken dat in ziekenhuizen wordt bewaard voor wetenschappelijk onderzoek reageerd Schippers als volgt:

“Vanaf de zomer van 2011 heeft op ambtelijk niveau een zogeheten ‘preconsultatie’ plaats gehad over conceptteksten van een eventuele Wet zeggenschap lichaamsmateriaal (WZL) en bijbehorende memorie van toelichting. Bij de teksten die op de website van Reporter zijn gepubliceerd gaat het om die conceptteksten. Die teksten betreffen inderdaad onder meer ook bepalingen waarin de voorwaarden zijn geformuleerd waaronder bijvoorbeeld DNA-materiaal dat wordt bewaard voor wetenschappelijk onderzoek, in zeer uitzonderlijke gevallen eveneens zou mogen worden gebruikt voor (justitiële) opsporingsdoeleinden.

Het is heel gebruikelijk om in een vroeg stadium op ambtelijk niveau (koepel)organisaties van belanghebbenden en deskundigen te vragen naar hun ideeën over dergelijke conceptteksten zodat de maatschappelijke reacties betrokken kunnen worden bij het opstellen van een definitief voorstel. De concept- teksten zijn dus nog niet door mij of het kabinet geaccordeerd.

(...)

Bij bepalingen over het eventuele justitiële gebruik van bijvoorbeeld DNA- materiaal dat is verkregen voor medisch-wetenschappelijke doeleinden, betreft het één van de maatschappelijke dilemma’s waarover het zojuist aangetreden kabinet zich zal moeten uitspreken.”

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF